Doe je mee?
Of even niet
Soms wil je erbij horen, soms wil je niemand om je heen. Bij Ervaringswijzer bespraken we wanneer het helpend is om aan te sluiten en wanneer het beter is om je af te sluiten.

Deze keer was het verhaal van Annet aanleiding voor het onderwerp van de week.
Annet: “Ik was uitgenodigd op een feestje, maar het was me te druk. Ik bleef nog een tijdje omdat ik geen spelbreker wilde zijn. Maar op een gegeven moment kon ik niet meer gezellig meedoen.”
Henk: “Ik vergeet wel eens te zeggen hoe ik me voel, terwijl mensen me beter zouden begrijpen als ik zou zeggen: ‘Ik zit niet zo lekker in mijn vel, het ligt niet aan jullie.’ Dat zou ook voor mij meer ontspannen zijn.”
Peter: “Dat is beter dan meedoen terwijl mensen zien dat je er geen zin meer in hebt. Ik heb moeten leren om hier eerlijk in te zijn, anders krijg je steeds meer tegenzin. Dat stapelt zich op.”
Veeg je hoofd schoon
Marcel: “Het heeft voor mij ook met ritme te maken. Ik doe geen twintig dingen meer op een dag, maar twee of drie. En ik heb rust nodig tussen activiteiten. Maar niet te lang, want dan schiet ik weer in de verlamming.”
Sanne: “Ik heb tussen één en drie uur ’s middags een half uurtje siësta nodig. Anders krijg ik een zoemend hoofd.”
Esther: “Ik haal acht uur in de avond niet. Ik ga dan liggen en praat met mezelf over dingen die leuk waren, alsof het knuffels zijn. En als iedereen geweest is, gaat mamma slapen. Dat vind ik zo gezellig.”
Sanne: “Ik veeg mijn hoofd schoon voordat ik ga slapen. Dan denk ik: ik heb mijn best gedaan, nu is het mooi geweest. Iedereen naar zijn plek. En komt er nog iets, dan veeg ik het weg.”
Corinne: “Ik geef de hele shitshow aan het universum, de liefde, of hoe je het wilt noemen. Dan hoef ik het niet zelf op te lossen.”
Een slagboom in je hoofd
Marcel: “Je kunt je ook al overdag afsluiten om iets te verwerken. Stilstaan bij een ontmoeting die je had. Onderzoeken: wat past bij me?”
Henk: “Als je je te lang afsluit, kun je opgesloten raken in je eigen gedachtenwereld. Dan kunnen dingen gaan spoken in je hoofd. Erover praten met anderen relativeert.”
Marcel: “Ik wilde nooit om hulp vragen; ik vond dat ik het zelf moest kunnen. Ik ging pas naar de dokter toen ik in een burn-out zat. Dat pakte positief uit, waardoor ik nu eerder aansluiting zoek als er iets is.”
Henk: “Ik zag de ‘slagboom’-methode op YouTube. Dat helpt om in contact te blijven in een gesprek. Je doet de slagboom in je hoofd dicht als iemand iets vervelends zegt en je doet hem weer open als het leuk wordt. Gek eigenlijk: je sluit je af om beter aan te kunnen sluiten.”
Maskerade
Ed: “Ik zeg gewoon wat ik vind en dan stoot dat maar mensen af. Daarom ben ik uit mijn lotgenotengroep gezet. Ik ben daar open over het feit dat ik genezen ben door zelf na te denken in plaats van het medische model te volgen. Men is bang dat ik daarin mensen beïnvloedt waardoor ze terugvallen.”
Henk: “Ik was ook altijd eerlijk naar iedereen. Maar ik heb geleerd een masker op te zetten aan de lunchtafel als het over politiek gaat. Sommigen zoeken alleen bevestiging van hun mening in plaats van die te willen scherpen in een uitwisseling. Ik knik dan maar vriendelijk.”
Marcel: “Met carnaval doen mensen juist een masker op om uit de band te springen. Ik ging vroeger met artiesten om. Dan zag ik mensen die thuis bedeesd waren, op het podium ineens rondspringen.”
Sanne: “Je bent nog steeds jezelf achter het masker, behalve als je dat was vergeten.”
Als je maar bewust bent
Esther: “Het kind in mij wil iedereen knuffelen; vroeger deed ik dat ook snel. Tegenwoordig kijk ik beter of het aansluit: wat kun je van jezelf laten zien aan een ander? Dat is voor mij geen masker.”
Corinne laat het juist niet afhangen van een ander: “Als ik mijn hart wil luchten, dan moet de ander het maar ondergaan. En soms reageert iemand daar positief op.”
Marcel: “In buurthuizen zie je mensen die te veel zichzelf zijn. Die likken hun bord af na het eten.”
Henk: “Dan ben je niet bewust. Ik heb ook wel gedacht: als ik een masker opdoe, weet ik dan straks nog wie ik ben? Maar als je het bewust opzet, is het geen probleem. Dan doe je het om rekening te houden met anderen en om jezelf te beschermen. En bij vrienden zet je het weer af.”
Onze voorlopige visie
Meedoen helpt om je verbonden te voelen. Praten met anderen kan opluchten en gedachten relativeren. Maar soms heb je rust en afstand nodig om op te laden en te voelen wat bij je past. Het gaat om een juiste afwisseling tussen contact en afstand. Dat vind je door naar jezelf te luisteren en je grenzen te voelen. Door verbonden te blijven met jezelf lukt het beter om af te stemmen op anderen.