Zelf doen of Hulp vragen?
Voordelen én Valkuilen
Luister naar hoe anderen de keuze maken tussen zelf doen of hulp vragen. Leer van wat hen hielp — én van hun valkuilen. Vind zo wat werkt voor jou.

Veel mensen hebben geleerd om alles zelf te doen. Soms omdat er vroeger niemand was die hielp. Zelf doen kan goed voelen: je wordt sterk, je leert veel en je voelt dat je dingen aankunt. Het geeft vrijheid en trots.
Maar als je altijd alles alleen doet, kan dat zwaar worden. Je voelt je misschien alleen of overbelast. Sommige mensen vragen geen hulp omdat ze bang zijn voor afwijzing, omdat ze denken dat ze het niet waard zijn, of omdat ze slechte ervaringen hebben gehad.
Hulp vragen kan juist goed zijn. Iemand die met je meedenkt of iets voor je doet kan lucht geven. Je voelt je gezien en minder alleen. Soms kan een klein beetje steun al helpen om verder te kunnen.
Toch kan te veel hulp ook lastig zijn. Je kunt bang zijn dat je afhankelijk wordt, of dat anderen dingen van je overnemen die je eigenlijk zelf wilt doen.
De kunst is om een middenweg te vinden. Je hoeft niet alles zelf te doen, maar je hoeft ook niet alles uit handen te geven. Je kunt kiezen: waar wil je zelf sterk in zijn, en waar is hulp fijn of nodig?
Balans betekent:
-dat je hulp vraagt zonder je eigen kracht te verliezen
-dat je dingen zelf doet zonder jezelf te overbelasten
-dat je leert van jezelf én van anderen
Zo wordt zelf doen een bewuste keuze, en wordt hulp vragen geen zwakte maar een vorm van wijsheid. In dat midden voel je kracht én verbinding. Dat helpt om verder te groeien.
Hieronder vind je citaten uit gesprekken die we hadden:
1. Moeite met hulp vragen, angst of spanning rond ontvangen
“Hulp vragen zit niet zo in mijn systeem. Ik vind dat ik het zelf moet kunnen. Ik ben ook bang dat mensen me op een manier hulp geven die ik niet wil.”
“Ik vind het lastig om hulp te vragen omdat ik niet aan een eventuele wederdienst of iets dergelijks wil vastzitten. Dat iemand iets van mij terug verwacht. Ik heb zelf weinig nodig. In mijn jeugd moest ik alles intern oplossen. Daardoor zie ik andere mensen soms als behoeftig. Ze willen het uit de buitenwereld halen in plaats van naar zichzelf te kijken. Dan voelt het gek om anderen te helpen met dingen waar ik zelf niet om zou vragen.”
“Zelfs aan mijn partner durf ik niet altijd om hulp te vragen. Laatst moest ik wel omdat ik een operatie heb gehad. Om mezelf te beschermen heb ik geleerd om emotioneel afstandelijkheid te zijn. Als je niks wilt, ben je onkwetsbaar. Dan ben ik er niet echt. Maar het lukt steeds beter. Ook dankzij stembevrijding. Een quote uit stembevrijding die me bijblijft is: jouw echtheid is zo mooi.”
2. Teleurstelling, wantrouwen en kritiek op hulpverlening en systemen
“Ik ben teleurgesteld in de hulpverlening. Ik ga pas naar de dokter als ik dood val. Ik vertrouw het medische beroep niet meer. Het staat in dienst van de medicijnindustrie. Je koopt hulp maar wordt niet echt geholpen. Op een keer moest ik overleven op zee. Dan moet je wel anders ga je dood. Naderhand heb je dan een onoverwinnelijk gevoel. Je was de dood te slim af. Op de grens van de dood voel je je het meest levend. Door die ervaring zie ik het zelf doen als kans om te leren. Ik ben niet meer zo bang om dingen zelf te doen, ook in het licht van de teleurstelling van ‘hulp’ van anderen. Ik kom uit een boerenfamilie waarin men het gewend was om zelfredzaam te zijn. Ik meen te zien dat de samenleving je afhankelijk maakt. Er wordt een wereld gecreëerd met steeds meer diagnoses, waardoor je gaat denken dat je iets mankeert. Dan kunnen ze je weer een pil verkopen. En dan heb je ook nog een groep die voor beetje jeuk geholpen wil worden, omdat ze iets op internet hebben gezien. Vroeger hoorde een zeker lijden bij het leven. Nu heb je een life coach nodig als je je geen superheld voelt.”
“Ze bieden alleen standaardtherapie aan van bijvoorbeeld 10 sessies van een uur over een specifiek probleem. Die sessies staan van tevoren vast. Toen ik vroeg of ik alleen ondersteuning kon krijgen als het even heel slecht ging, hadden ze geen oplossing. Ik ben toen kwaad en gefrustreerd weggelopen. Daarna heb ik nooit meer echt geprobeerd om hulp te vinden.”
“Het kan ook eng zijn om hulp aan te gaan. Een diagnose wijst je erop dat je iets mankeert. Maar je bent meer dan je diagnose. Je moet het zien als een handvat om te leren met bepaalde gevolgen van je kwetsbaarheid om te gaan. Een diagnose kan ook fijn zijn, verhelderend werken. Als je maar weet: je bent je diagnose niet, je hebt een diagnose. En het is niet iets wat altijd vast staat.”
“Mijn ouders waren gevoelig voor sociale controle van de familie en de omgeving. Toen ik voor het eerst opgenomen werd, was de vraag: ‘Hoe gaan we het de buren vertellen?’ Daarom negeerde ik een tijd mijn problemen, vanuit schaamte. Maar er is eigenlijk niks om voor te schamen. Het overkomt je, je kunt er niks aan doen.”
3. Zelfredzaamheid als deel van identiteit, kracht of levensstijl
“Ik kom uit een boerenfamilie waar zelfredzaamheid vanzelfsprekend was.”
“Het is mijn leerstijl om zelf te klooien. Ik moet iets zelf ervaren. Ook als het misgaat.”
“Ik daag zelfs dingen uit. Laatst wilde ik een politiek incorrecte poster in de woonvereniging ophangen. Dat leverde zoveel weerstand op dat ik het er maar bij heb laten zitten. Maar ik heb daardoor wel gezien wie tegen democratie kan en wie niet.”
“Je moet meters maken om iets echt zelf te kunnen. Heel veel ervaring opdoen. Dat kan je niet leren van iemand anders of uit een boekje. Bijvoorbeeld ‘aansluiten op emotie’ of complimenten geven. Er komen allemaal dingen bij kijken die je zelf moet ondervinden. Maar natuurlijk kan een mentor je wel bijsturen.”
“Ondanks dat je een beperking hebt, kun je veel zelf.”
4. Levenservaringen van afwijzing, trauma en niet gezien worden
“Ik stond buiten het gezin en moest iedereen helpen. Partners zagen mij niet, omdat ik niet expliciet om hulp vroeg. Ook in de hulpverlening werd ik niet echt gezien, tot ik schematherapie kreeg. Ook daar dacht ik in het begin dat ik alles zelf moest kunnen. Uiteindelijk leerde ik me te openen. Nu kan ik iemand bellen als ik het moeilijk heb. En achteraf realiseer ik me: er is altijd hulp geweest, maar ik zag het niet. Ik was egocentrisch. Nu heb ik leren geven en nemen. Ik heb moeten zien dat er mensen zijn die van mij houden. Nu geloof ik dat en voel ik het ook.”
“Mijn moeder vond me lastig. Ze heeft me nooit gewild. Ik was blok aan het been. Ik had een laag zelfbeeld, want je was niks waard. Wat ik ook deed, het was niet goed genoeg. Er waren dingen die ik goed kon als kind, zoals knikkeren en klimmen. Na een overlevingsverhaal op straat merkte ik dat ik niet goed kon communiceren. Daardoor liep ik te lang door met fysieke klachten waardoor ik een aantal keer in het ziekenhuis belandde. En ook onzekerheid. Het niet durven vragen om hulp omdat je denkt dat je het niet waard bent. Ik ben in therapie gegaan. Daar is heel veel losgekomen. Dat heeft eigenwaarde gegeven. Vertrouwen is pas de laatste tien jaar. Nog steeds heb ik vaak het gevoel dat ik er niet bij hoor, terwijl er wel veel dingen zijn die ik kan, waar ik trots op kan zijn. Het blijft een gevoelig onderwerp. Ik geef ook niet graag toe dat ik hulp nodig heb. Ik ben nog steeds boos. Ik ben verwaarloosd en misbruikt door meerdere mensen en het hele dorp keek toe. Niemand heeft maar een vinger uitgestoken terwijl ik onder de blauwe plekken zat. Ik heb foto's van mezelf gezien toen ik drie jaar was van de kinderbescherming. Maar wel allemaal braaf naar de kerk. Hoe hebben mensen zo kunnen toekijken.”
“Je bent nooit objectief over jezelf, je ziet jezelf niet zoals je bent. Vaak heb je bijvoorbeeld de gedachte dat het aan een ander ligt, zonder in de spiegel te kijken en te zien dat het ook bij jou kan liggen.”
“In een oorlogssituatie heb je geen tijd om na te denken. Pas als je tot rust komt, steekt het trauma de kop op. Het was voor mij een grote stap om dat te erkennen.”
5. Wederkerigheid, schuld en geven
“Ik doe zelf vaak dingen en hoef er niks voor terug, het is voor mij helend; had men mij maar geholpen.”
“Mijn buurman heeft me eens geholpen een kast naar boven te slepen. Later heb ik zijn trap gedweild om iets voor hem te doen. Meer om schuldenvrij te zijn.”
“Ik geef altijd terug, ik vind het ook leuk. Ik voel me altijd opgelaten als iemand mij helpt, alleen een therapeut vind ik prima.”
“Ik help niet om karma te vereffenen, het is meer pay it forward. Iemand helpt jou, jij helpt later iemand anders. Dan is het meer vrijgevig in plaats van ‘voor wat hoort wat’. Ik hoop dat anderen mij ook vanuit die intentie helpen.”
6. Groei door therapie, inzicht en hulp toelaten
“In therapie leerde ik bepaalde gedragspatronen doorzien die hinderlijk waren. Als ik iets niet leuk vond, verbrak ik bijvoorbeeld altijd het contact. Nu heb ik de sociale vaardigheid om te zeggen: 'Ik vind dat niet prettig.’”
“Als je de durf hebt om te erkennen dat je bepaalde aspecten in het leven niet alleen kunt behappen, neem je jezelf serieuzer dan proberen alles zelf uit te dokteren.”
“Mijn ervaring is dat het gewaardeerd wordt als je hulp zoekt, hoe eng het ook is. En daar groei je door, daardoor groeit je eigenwaarde.”
“Ik heb mijn tijdelijke verwarring nooit psychotisch genoemd, maar een emotioneel, geestelijk en spiritueel proces. Daardoor heb ik mezelf buiten de GGz weten te houden, gelukkig. Mijn man accepteerde mijn verwarring gewoon, en ik kreeg geen negatieve reacties.”
“In het kader van die empowerment wilde ik van de hulp af.”
7. Grenzen, energie en lastige keuzes
“Je kan iets aangaan, maar dan lijd je ook weer meer. En heb je dat er voor over? Het is de vraag hoeveel energie je wilt spenderen aan een verbetering.”
“Het is belangrijk om dingen te doen die lukken. En soms moet je daarvoor tegen grenzen aanlopen, om ze te leren kennen. Dan leer je dat je een beperking hebt en dat je daar mee moet dealen.”
“Uitgaan en feesten zijn geweldig voor de meeste mensen, maar voor mij is het veel te druk. Dan ga ik liever overdag iets leuks doen.”
8. Relaties en reacties van omgeving
“Mijn broers trokken op een gegeven moment hun handen van me af, maar wilden wel dat ik hulp zocht. Ik ervoer het alsof ze me in de steek lieten. Dat hoor je veel; dat de omgeving zich terugtrekt. Dat is voor een deel ook de eigen angst. Men herkent de eigen kwetsbaarheden in jouw ziekte en dat is eng. Ik heb dat ook meegemaakt toen mijn zus een dodelijke ziekte had. Dan zie je mensen afhaken.”
“Als je een relatie hebt met iemand die zelf een verleden in de psychiatrie heeft, kun je elkaar beter accepteren en begrijpen. Maar het kan ook moeilijker zijn om elkaar zo nodig op te vangen. Als je partner bijvoorbeeld depressief wordt, kun je zelf ook depressief worden als je die aanleg hebt. Iemand zonder zo’n aanleg zal misschien minder begrijpen wat er aan de hand is, maar soms betere ondersteuning kunnen bieden.”
“Wanneer mijn moeder mij helpt, moet ik ook een heleboel andere dingen van haar accepteren. Dat kan een reden zijn om het de volgende keer zelf te doen.”