Jannemiek Tukker verscheurde haar eigen schilderijen tijdens een psychose. Door de scheuren weer te herstellen werkt ze ook aan eigen haar herstel. Haar werk is te zien bij Galerie Beeldend Gesproken in Amsterdam.

Aan welk schilderij ben je het meeste gehecht?
Ik had op een gegeven moment alles kapot gemaakt. In het ziekenhuis dacht ik: zal ik alles weggooien? Maar dat vond ik toch wel zonde want ik had daar tien jaar hard aan gewerkt. Toen ben ik eerst een klein schilderij gaan herstellen. Ik heb wat geprobeerd. En toen ben ik met borduurgaren begonnen. Want dat leek mij het meest geschikt. Uiteindelijk heb ik een van mijn favorieten ‘Samen Dromen Twee’ hersteld. Nu heet het: ‘In Vogelvlucht, in Vrijheid’. Dat was voor mij een stimulans om door te gaan, om alle waanzin te herstellen. Ik weet niet of het me gaat lukken om ze allemaal te herstellen.
Wat was het uitgangspunt voor het maken van dit schilderij?
Ik had eerst een ander schilderij gemaakt ‘Samen Dromen Een’, dat ging over genezing. Dat stelde een figuur voor dat helemaal omwonden was door de haren van andere mensen. Ik kreeg het idee om daar voelsprieten van te maken: gedachtes van mensen die alle kanten op gaan. Want als we samen dromen creeren we samen de cultuur. Dan stelt die vogel de cultuur voor. Nu heet het ‘In Vogelvlucht en in Vrijheid’. Iemand uit het ziekenhuis afkomstig uit Armenie vond het namelijk op vrijheid lijken. Dat vond ik een mooi gegeven, want hij was een vluchteling.En verder als je aan het dromen bent, kun je alle kanten op gaan. En dat kan in een vlucht en in vrijheid gaan. Het is de vrijheid van elke cultuur om zelf te dromen hoe ze willen worden. Eerder had ik een schilderij gemaakt over genezing. dat je met zijn allen over herstel droomt. Uiteindelijk is dat een meer droom geworden over cultuur en niet zozeer over genezing alleen.

Op een gegeven moment heb je je schilderijen verscheurd?
Ik heb dat in een opwelling gedaan; ik vond toen dat het moest. Het was een stem die dat zei, maar achteraf denk ik dat het iets anders was. Ik heb in een opwelling al die dingen kapot gemaakt met een schroevendraaier en dat luchtte erg op. Het was allemaal materie en ik wilde een geestelijk leven hebben. Achteraf gezien was dat onzinnig want het geestelijke leven bestaat uit de gratie van materie. Die combinatie heb je altijd nodig: materie èn geestelijk leven. Je kan nooit alleen het een of het ander naleven.
Naar mijn idee had ik toen geen psychose maar een conflict dat ik uit moest werken. Door het beoefenen van yoga ben ik veel zaken uit mijn jeugd tegen gekomen die ik nu allemaal moet oplossen. Andere mensen hoeven dat niet, ze hebben gewoon een fijne jeugd gehad en zijn goed er doorheen gerold. Dat heb ik zelf allemaal opgerakeld, en dat geeft nu wrijving met mijn omgeving. Men beschouwt mij als psychotisch, terwijl ik mijzelf zie als iemand die een conflict moet oplossen.
Hoe lang werk je aan het herstellen van zo’n doek?
Dat verschilt heel erg. Het ligt er aan hoe groot de scheuren zijn en ook hoe strak ze gespannen moeten worden. Want ik moet ze weer helemaal opnieuw opspannen. Dat moet voorzichtig. Eerst maak ik ze op een grove manier aan elkaar en dan krijg ik een idee hoe ik het op wil lossen. Vervolgens haal ik alles weer uit elkaar en doe ik het stukje voor stukje. Het kan het zijn dat ik er wel drie maanden over doe, over één werk !
Van tijd tot tijd exposeer je. Wat voor reakties krijg je op je werk?
De meeste mensen vinden het heel mooi. Daar word ik heel blij van. Dan kan ik werk verkopen en dat geeft jezelf een zetje. Maar de werken die niet verkoopbaar zijn, die zware werken, die vind ik zelf ook heel belangrijk. Mensen reageren daar verdeeld op.
Heb je iets met Aboriginal Art of lijkt je werk daar toevallig op?
Ik kende het niet voordat ik mijn werk ging maken, maar er zijn wel overeenkomsten zoals de ‘droomcultuur’. Ik denk dat dat een universeel gegeven is. Ik zie mijn werk meer als Outsider Art. Dat is voor mij een geuzennaam, want ik hoef niet bij de ‘mainstream’ te horen. Maar ik voel me ook niet deel van een bepaalde minderheid.
Kunst met de grote K, daar heb ik zo mijn twijfels over. Dat is heel commercieel en voor mij hoeft kunst dat juist niet te zijn. Bijvoorbeeld werken van Damien Hirst of Andy Warhol, die kunnen wel mooi lijken, maar dat is gewoon puur business. Het is geen kunst die echt geleefd is. Wat me dan meer inspireert zijn de werken die vroeger in de inrichtingen gemaakt zijn. Van mensen die ernstig psychotisch waren en die gewoon echt heel indrukwekkend waren.
Heeft het schilderij verscheuren te maken met een innerlijk conflict tussen materie en geest?
Ja, dat heeft er zeker mee te maken gehad. Ik wilde niet erkennen dat ik een lichaam heb, dat moet eten en verzorgd moet worden. Na verwaarlozing in mijn jeugd moest ik mezelf weer aanleren om mijn lichaam te onderhouden.
Is het herstellen van je schilderijen tevens een herstel van jezelf?
Ja, het is niet alleen een materieel herstel, maar ook een geestelijk herstel. Als het dan lukt ben ik blij en gelukkig, dus daar groei ik van. Het is natuurlijk heel tragisch wat er is gebeurd en als je dat mag herstellen is dat heel mooi. Ik wil het litteken laten zien, want daardoor wordt het nog waardevoller. Als je gehavend door iets heen komt, wil dat niet zeggen dat je er dan lelijker of slechter van wordt. Het kan ook iets toevoegen. Het gouden randje eigenlijk, wat de Japanners ‘kintsugi’ noemen. Dat is de kunst om de breuklijnen van gebroken porselein met goud aan elkaar te lijmen.
Het is alsof die vogel iets loslaat
Ja, het is gewoon een vorm van loslaten, dat is iets wat je ook leert bij yoga. Dat je je niet moet vastbijten in een probleem. Je moet het wel onderzoeken, maar op een gegeven moment moet het afgelopen zijn.
Copyright afbeeldingen : Jannemiek Tukker, 2020.
Galerie : www.beeldengesproken.nl
