Gewoon er te zijn zonder oordeel; een gesprek met Judith Ockeloen

Op een herfstdag spreken we op het SCIP-kantoor met de Amsterdamse kunstenares Judith Ockeloen over haar leven en werk. “Pas op mijn 57ste ben ik naar de kunstacademie gegaan: de Wackers Academie. Daarvoor heb ik altijd veel bij buurthuizen getekend met name modeltekenen. De leraar zei altijd: “Ik hoef jou geen les te geven” terwijl ik wist dat ik nog een hoop te leren had.”

Hoe ging het na de Academie ?

Een paar maanden nadat ik afgestudeerd was zag ik een oproepje voor een schilderswedstrijd in het UWV-blad ‘Perspectief’. Ik kwam als winnaar uit de bus met het olieverfschilderij ‘Station’. Het werk toont een verlaten station in Brussel met een sfeer dat eenzaamheid uitdrukt. Het schilderij werd geëxposeerd in alle UWV-kantoren. Ik zit nu al jaren bij Galerie Beeldend Gesproken en dat is voor mij stimulerend. Zij hebben ook veel werken van mij in de verhuur.

Welke rol speelt het schilderen bij haar herstel ?

Ik ben meer dan helft van mijn leven depressief geweest. Periodes dat ik goed was waren relatief
kort. Na de electro-shocks was ik niet meer depressief. Toen ik terugkwam uit de opname durfde ik aanvankelijk niet terug te gaan naar mijn atelier. Ik moest het langzaam opbouwen en had het gevoel dat die schilderijen niet van mij waren. Na een tijdje voelde ik me zo goed dat ik dit soort werk weer kon maken. Kunst is mijn redding. Voor mij is schilderen even psychisch vacant zijn. Dan denk ik even aan niets anders.

Waarom heb je voor deze figuratieve stijl gekozen? En waarom schilder je vooral gebouwen ?

Ik schilderde aanvankelijk bomen, daarna veel huizen in steigers, gebouwen die zich achter die doeken verschuilen. Een huis wat stuk is wordt hersteld achter de lappen. Overigens zijn het niet gebouwen die echt bestaan; het is dus niet een letterlijke vertaling van een foto die ik gebruik. Als ik vind dat er een rood dakje bij moet,  dan doe ik dat. 
Intussen ben ik nu even klaar met gebouwen in de steigers en schilder nu vooral gebouwen die in de zon staan, omdat het nu beter met me gaat. De zon en schaduw versterken elkaar.


Hoe ga je precies te werk?

Eerst maak ik een aquarel, vervolgens schilder ik in olieverf. Met deze waterverftechniek moet je snel werken. Dan probeer ik vooral sfeer neer te zetten en de maat te bepalen. En als ik tevreden ben begin ik een olieverfschilderij. Ik gebruik daarbij een beperkt aantal tubes. Er zitten drie ongebruikelijke, zelf samengestelde kleuren in mijn la. Die gebruik ik in heel frequent vooral het blauw. Zo krijg je een persoonlijk kleurenpalet.


Hoe is het om iets te verkopen ?

In 2019 had ik een solotentoonstelling bij Beeldend Gesproken, een prachtige plek in de Hallen van Amsterdam. Die locatie alleen al is zo bijzonder. Het was voor mij een hoogtepunt in mijn leven. Ik heb heel goed verkocht en kreeg positieve reacties zoals “Het lijkt wel een Vermeer!” en “Dank je wel voor de openheid”. Ook was er veel ontroering doordat men kon zien hoe die jaren van narigheid toch goed afgelopen zijn. En deze feedback was tevens een bevestiging dat je goed bezig bent.

Waardoor raak je geïnspireerd?

Ik wissel vaak schilderfeitjes uit met vrienden. Ook ga ik regelmatig naar musea, en soms raakt iets je zodat je het uit wilt proberen. Ik vond bijvoorbeeld een aantal werken van Armando zo mooi met de weinige kleuren die hij gebruikt; hij wordt dan een inspiratiebron. Verder ben ik gek op de schilder Weissenbruch en ook op Witsen die heel mooi details kan uitwerken. Ik zelf wil juist niet teveel details in mijn schilderijen en heb geleerd meer aandacht aan de sfeer te geven en minder aan de vorm.

Hoe ga je nu met jouw situatie om ?

Tegenwoordig is er bij mij acceptatie dat ik getroffen ben door depressie, terwijl ik vroeger er meer tegen vocht. Ik verzet me niet meer tegen de geestelijke rolstoel. Mijn echtgenoot moet aan de deur kloppen omdat ik het tijdsbesef kwijt ben: als ik schilder ben ik er gewoon niet. In deze hoedanigheid hoef je niet te verklaren waarom je zo denkt of voelt. Gewoon er te zijn zonder oordeel.”

www.judithockeloen.nl