Zie ik jou – of iets van mezelf?

Over oordelen en opnieuw kijken

Een oordeel lijkt vaak over de ander te gaan, maar kan onverwacht ook iets over jezelf zichtbaar maken. Wat gebeurt er als je daar nieuwsgierig naar wordt?

Onderstaande tekst is een uitkomst van gesprekken binnen Ervaringswijzer over het onderwerp oordelen, projectie, grenzen en opnieuw kijken. De gesprekken gingen niet alleen over hoe we naar anderen kijken, maar ook over hoe snel we elkaar vastzetten in beelden — en hoe ingewikkeld het is om tegelijk eerlijk én open te blijven.

Een deelnemer begon met de opmerking:

“Sommigen hebben een blinde vlek in hun sociale interactie.”

Maar meteen kwam ook de vraag op wat je dan doet als gedrag je raakt.

“Dan zeg je ‘ho’ en dan wordt iemand boos.”

Daarbij ontstond het inzicht dat je niet verantwoordelijk bent voor iemands reactie:

“Je kan niet de reactie van iemand controleren. Iemand kan boos of verdrietig worden. Dus ik zeg mijn waarheid respectvol en dan mag die ander ook reageren zoals die wil.”

De groep onderzocht hoe gesprekken soms makkelijk en open kunnen verlopen, maar ook plots kunnen verharden zodra mensen zich gaan identificeren met hun mening.

“In een koetjes en kalfjes gesprek kun je heen en weer in het gesprek. Ik noem dat pingpongen. De een zegt wat, je reageert daarop, dan zegt de ander weer wat. Dat vind ik prettig. Maar zodra iemand zich heeft geïdentificeerd met een standpunt gaat het mis. Dan wordt het persoonlijk.”

Dan verschuift het van uitwisseling naar verdediging.

“Dan heb je kans dat ze jou als persoon gaan aanvallen, in plaats van een standpunt beargumenteren.”

Een deelnemer vertelde hoe dat ook in haar relatie speelde:

“Mijn man kwam met: ‘Nederlanders denken niet na.’ Dat is iets veralgemeniseren. Ik reageer meer vanuit gevoel en intuïtie en dan moet ik mijn gevoel uitleggen.”

Ze merkte tegelijk iets onder zijn gedrag:

“Ik wist: als hij angstig is gaat hij controleren.”

Maar dat betekende niet dat ze alles maar accepteerde:

“Ik zei wel: ‘nu is het even klaar.’”

Daarmee ontstond een terugkerend thema in het gesprek: opnieuw kijken betekent niet dat je geen grens meer mag voelen.

Een deelnemer vertelde:

“Een vriendin van mij was enthousiast over ecstatic dance. Zij begon mij te overtuigen dat ik dat ook moest doen. Omdat ik niet gretig genoeg reageerde vond ze dat ik niet flexibel was.”

De groep herkende hoe mensen zich soms sterker voelen wanneer anderen hun overtuiging bevestigen.

“Men voelt zich sterker als je deel uitmaakt van dezelfde tribe.”

Iemand noemde het boek The Scout Mindset, over het verschil tussen nieuwsgierig verkennen en jezelf ingraven in een overtuiging:

“De scout mindset maakt je wereld groter. Bij de soldier mindset blijf je in je eigen kleine wereld.”

Hij vertelde dat hij vaak eerst probeert te voelen:

“Zoekt iemand meningbevestiging of meninguitwisseling?”

De groep zag hoe snel meningsverschillen kunnen voelen als persoonlijke afwijzing.

“Een toename van waarden vindt men prettig en als je het oneens bent wordt dat gevoeld als ontwaarding.”

Daardoor kunnen woorden ineens veel harder binnenkomen dan bedoeld.

“Ik zei een keer ‘wappie’ tegen iemand. Ik wist niet eens precies wat het betekende, toen was ze helemaal van de leg.”

Sommige deelnemers herkenden hoe identiteit soms sterk verbonden raakt met groepen of overtuigingen.

“Het is een teken dat je geen zelf hebt, maar afhankelijk bent van de groep waartoe je behoort.”

Tegelijk ontstond er ook kritiek op maatschappelijke normen en opgelegde schaamte.

“Het zijn weer van die sociale regels die ons opgelegd worden.”
“Als je naar een ander wijst, wijzen drie vingers naar jezelf.”

Een deelnemer vertelde:

“Ik heb een harde stem. Ik probeer me in te houden, maar ik ga me daar niet meer voor schamen. Mijn stem is mijn stem.”

Anderen herkenden hoe opvoeding en omgeving bepalen waar mensen zich voor schamen.

“Dat wordt je heel erg in de opvoeding opgelegd.”

Maar tegelijk vond niet iedereen dat alle schaamte ongezond is:

“Ik denk dat er ook wel zoiets als redelijke schaamte is. Dat hoort bij hoe je met elkaar omgaat. Je gaat niet naakt over straat lopen hoop ik.”

De groep bleef zoeken naar een balans tussen aanpassen en jezelf blijven.

“De vraag is waar word je gelukkig van. Dan is het soms aanpassen en soms jezelf blijven.”

Ook het thema projectie kwam steeds terug. Een deelnemer zei:

“Vaak heb ik dat als ik me erger aan het gedrag van een ander, het is omdat ik het vroeger zelf ook heb gedaan.”

Dat hielp om mensen met meer mildheid aan te spreken:

“Dan hoef je het niet te pikken, maar je kan iemand dan wel met meer begrip aanspreken.”

Een ander vertelde hoe ergernis soms juist iets zichtbaar maakt wat je zelf mist:

“Als iemand hard tegen je aanpraat en je krijgt er geen woord tussen kun je praktisch zeggen: ‘kan het wat zachter?’ Maar tegelijk kan je in jezelf zien: ‘ik laat anderen teveel ruimte en ik zou dat ook willen kunnen.’”

Dan verandert irritatie soms in een ontdekking:

“Je ontdekt ook een wens of kans in jezelf door het gedrag van de ander.”

Tegelijk kwam er weerstand tegen het idee dat alles altijd over jezelf zou moeten gaan.

“Het gevaar is wel dat je continu naar jezelf moet gaan: wat zegt dit over mij? Daardoor ga ik me minderwaardig voelen omdat ik niet mijn authentieke zelf mag zijn.”

Anderen vonden dat sommige gedragingen gewoon echt over grenzen gaan:

“Sommigen zijn gewoon irritant.”

Of:

“Door mededogen met de dader neem je het slachtoffer niet serieus.”

Een deelnemer vertelde over haar vriendin:

“Ze neemt alle wind uit de zeilen, stuurt het gesprek, er is geen ruimte voor mij. Dat vind ik gewoon irritant, maar dan vind ik niet dat ik naar mezelf moet kijken.”

Toch bleef de groep onderzoeken of beide waar kunnen zijn:

  • gedrag kan echt grensoverschrijdend zijn,
  • én tegelijk iets in jezelf raken.

Een deelnemer zei:

“Soms gaat gedrag over grenzen, dat is een feit. Dat ik me daarover schaam zegt iets over mij.”

Daarmee kwam ook het gevaar van collectief veroordelen naar voren:

“Als je gedrag van een ander collectief veroordeelt krijg je een zondebok.”

Verschillende deelnemers vertelden hoe ze vroeger meer over hun grenzen lieten gaan.

“Vroeger struggelde ik met mensen die over mijn grenzen gingen, omdat ze ook lieve kanten hebben. Maar nu marchandeer ik daar niet meer mee.”

Een ander gaf een voorbeeld van relationeel geweld:

“Je ziet ook dat relaties waarin mishandeling is blijven doorgaan omdat iemand voor de rest heel aardig is.”

Daarom benadrukten sommigen dat begrip niet hetzelfde is als alles accepteren.

Een deelnemer vertelde hoe hij vroeger stilviel wanneer zijn stiefvader voortdurend over hem heen praatte:

“Dan zei ik niks maar werd er wel passief agressief van.”

Tot hij zichzelf iets nieuws aanleerde:

“Ik praat nu soms gewoon dwars door hem heen als ik iets wil zeggen. Niet uit boosheid, maar om verantwoordelijkheid te nemen voor mijn eigen ruimte.”

Dat veranderde hun contact:

“Nu ontstaan er gesprekken in plaats van eenrichtingsverkeer.”

En ook zijn eigen gevoel:

“Ik heb geen verhulde boosheid meer.”

Een ander noemde dat:

“Een nieuw instrument in je gereedschapskist van mensenomgang.”

Later ging het gesprek ook over wantrouwen, kwetsbaarheid en bescherming. Een deelnemer vertelde hoe zij zich uitgebuit voelde door een liefdescoach:

“Ik moest vijfduizend euro betalen voordat het traject zou beginnen. Alleen ik had er niks aan.”

Ze vertelde dat intimiteit voor haar ingewikkeld is vanwege seksueel misbruik in haar jeugd:

“Mannen hebben misbruik gemaakt van mijn ontvankelijkheid. Nu ben ik afhoudend. Dat helpt me, wat niet leuk is voor mannen die wel te vertrouwen zijn.”

De groep zag hoe overtuigingen soms bescherming bieden:

“Soms blijf je in een overtuiging uit bescherming van jezelf.”

Daarmee eindigde het gesprek niet in een simpele conclusie over goed of fout oordelen. Eerder ontstond het beeld dat wijsheid misschien ligt in het blijven bewegen tussen:

  • grenzen voelen,
  • opnieuw kijken,
  • jezelf serieus nemen,
  • open blijven,
  • en de ander niet volledig vastzetten in één oordeel.

Of zoals een deelnemer zei:

“Je hoeft het niet te pikken, maar je kan iemand wel met meer begrip aanspreken.”