Geven en Nemen

Rekening houden met de ander én jezelf

Door zowel je eigen behoeften als die van de ander serieus te nemen, bouw je relaties die voeden in plaats van uitputten. Bij Ervaringswijzer spraken we hierover.

In het gesprek werd duidelijk: geven en nemen gaat niet alleen over wat je krijgt van de ander, maar ook over wat het met jezelf doet. Als het klopt, geeft het rust en verbinding. Als het scheef groeit, kost het energie.


De kracht van geven

Geven kan voeden.

Iemand zegt:
“Als ik geef aan jou, dan geef ik aan mezelf.”

Een ander zegt:
“Ik heb het idee van pay it forward. Ik geef niet per se iets terug van degene van wie ik iets krijg. Ik kan dat ook aan een ander geven. En omgekeerd hoef ik ook niet per se iets terug van degene aan wie ik geef.”

“Mijn liefdestaal is aandacht.”

“Ik kwam eens voor het eerst kennismaken bij een zenleraar. Zijn hele aura straalde aandacht uit. Ik had me nog nooit eerder zo ontvangen gevoeld.”

“Ik val echt op ziel en karakter en dan ga ik iemand vanzelf sexy vinden. Ik bewonder hem en hij vindt dat fijn. Ik vertel hem elke dag hoe fantastisch ik hem vind.”

Geven kan klein zijn en toch diep raken. Het kan iets openen tussen mensen.


Wanneer geven doorschiet

Geven kan ook uit angst komen.

“Voor een ander deel voel ik dat het voortkomt uit angst voor afwijzing.”

“Ik gaf heel veel om geliefd te zijn.”

“Ik ben uitgeput door het plezieren van mijn moeder, die me constant manipuleert.”

“Veel mensen zijn gewend van mij te nemen. Die weten: zij heeft een luisterend oor.”

“Als vrouw ben je soms extra belast als mannen niet geleerd hebben om zichzelf te reguleren. Dan ben je kok, psychiater, verpleger en voetveeg.”

Dan wordt geven zwaar. Je geeft niet meer omdat je wilt, maar omdat het moet. En je raakt jezelf kwijt.


De kracht van nemen

Nemen gaat over ontvangen.

“Ik heb wel geleerd om te nemen, maar ik vind het nog lastig…”

“Soms betekent nemen je eigen energie bewaken: “Afstand nemen kan prettig zijn. Het geeft rust. Je hoeft niet alles uit te leggen of jezelf te verdedigen.””

“Ik heb geleerd dat gevoelens van anderen niet mijn probleem zijn. Val mij er niet mee lastig. Ik neem zelf ook verantwoordelijkheid voor wat ik voel.”

“Mijn vriend kon geven op een manier die bij mij paste, daardoor kon ik het aannemen.”

Ontvangen vraagt dat je voelt wat je nodig hebt en dat je het kunt aannemen.


Wanneer nemen doorschiet

“Bij een eenzijdige uitwisseling houdt een kant te weinig energie over.”

“Als nemer doe je vaak inbreuk op je integriteit omdat je sociaal wilt winnen.”

“Eigenlijk geven ze niet echt, maar ze willen boven je staan. Ze geven niet, maar nemen.”

“Hij eist daarmee aandacht, zodat ik luister. Zo niet, dan is hij beledigd.”

Dan is er geen wederkerigheid meer. Alleen nog halen.


Balans: geven én nemen

“Bij geven en nemen is er waardeoverdracht… Dat moet gelijkwaardig zijn.”

“Je kunt geen liefde geven als je het niet kunt ontvangen.”

“Mijn vriend kon geven op een manier die bij mij paste, daardoor kon ik het aannemen.”

“We moeten wel erkennen dat iedereen een andere liefdestaal heeft. Daar gaan relaties vaak mis, omdat we elkaar niet begrijpen.”

“Ik neem zelf ook verantwoordelijkheid voor wat ik voel.”

“Misschien zijn we beter af zonder elkaar.”

“Je ontgroeit elkaar of je groeit samen.”

“Je moet wel wat raakvlakken hebben.”

Balans is geen perfect evenwicht. Het is voelen wat klopt voor jou én voor de ander.


Tot slot

Geven en nemen beweegt.

Geven is krachtig als het vrij is.
Nemen is gezond als je bij jezelf blijft.

De balans zit hierin:
geven zonder jezelf kwijt te raken,
en ontvangen zonder de ander te gebruiken.

Dan wordt een relatie voedend in plaats van uitputtend.