Interview met Nora over relatieverslaving en herstel:
Nora leidt een groep over relatieverslaving. Ze kent het onderwerp uit haar eigen leven. In dit gesprek met het redactieteam van Ervaringswijzer vertelt ze hoe ervaringen uit haar jeugd doorwerkten in haar relaties, wat de groep voor haar betekent en hoe ze opnieuw leert vertrouwen op zichzelf. Herstel betekent voor haar meer rust en zelfstandigheid, met ruimte voor verbinding met anderen.
Terug naar haar eigen kern
Nora heeft in de psychiatrie gewerkt. Ze vond het zwaar en nam een sabbatical. In die periode leerde ze mediteren en ging ze op zoek naar haar eigen kern. Zo kwam ze terug bij haar eerste liefde: de kinderopvang.
“Dat geeft ook prikkels, maar is zo mooi werk.”
Het terugvinden van wat bij haar past, loopt als een draad door haar verhaal. In haar relaties was haar aandacht lange tijd bijna helemaal op de ander gericht. Gaandeweg raakte ze het contact met haar eigen behoeften en identiteit kwijt.
De onveiligheid van vroeger
Nora legt een verband tussen haar relatiepatronen en haar kindertijd. Wanneer je als kind weinig veiligheid ervaart, kun je volgens haar leren om anderen te pleasen en de schuld bij jezelf te zoeken. Je bent afhankelijk van de mensen die voor je zorgen, ook wanneer zij je pijn doen.
Ze herinnert zich hoe ze als kind probeerde invloed te krijgen op wat er gebeurde. Als de tram precies bij een geel blokje stopte, mocht ze van zichzelf een wens doen. Toen dat inderdaad gebeurde, wenste ze dat ze nog heel goed en lang voor haar moeder kon zorgen.
Haar vader was volgens Nora emotioneel onbeschikbaar. Ze beschrijft hem als een aantrekkelijke man en kunstenaar, tegen wie ze opkeek. Als klein meisje zei ze dat ze later met net zo’n mooie man als haar vader wilde trouwen. Maar wanneer ze naar hem toe rende als hij thuiskwam, kon hij haar hard afwijzen.
Haar moeder vluchtte bij hem weg toen Nora drie jaar was, met een koffertje en honderd gulden. Via een omgangsregeling bracht Nora later weekenden bij haar vader door. Er waren ook mooie momenten. Ze tekenden samen en soms voelde ze zijn liefde.
“Hij was ook gek op mij, op zijn manier.”
Die momenten waren schaars. Nora ervoer dat haar vader zich steeds meer van haar losmaakte. Haar verlangen naar hem bleef bestaan.
“Mijn hartje was toen al gebroken.”
Nora vertelt ook over seksueel misbruik door een oom. Toen ze daarover sprak, kreeg ze van haar moeder te horen dat ze naar haar kamer moest gaan en haar mond moest houden. De oom bleef daarna soms op bezoek komen. Pas vorig jaar erkende haar moeder dat ze zo niet had mogen reageren. Voor Nora was die erkenning heel helend.
Ze vertelt dat deze oom zelf ook seksueel misbruik had meegemaakt, door broeders op een kostschool. In haar verhaal komt daarmee ook naar voren hoe ervaringen van geweld en misbruik kunnen doorwerken in volgende generaties.
Op zoek naar haar vader
Nora ziet in haar latere relaties een herhaling van haar vroegere verlangen naar haar vader. Ze zocht mannen op die aantrekkelijk en creatief waren, maar ook emotioneel onbeschikbaar, eisend of agressief konden zijn.
“Mijn thema naar mannen was: op zoek naar mijn vader.”
Ze beschrijft hoe ze onbewust opnieuw situaties opzocht waarin ze liefde moest zien te veroveren. Haar verklaring is dat ze alsnog grip probeerde te krijgen op iets waar ze als kind geen invloed op had. Als het nu zou lukken om zo’n man voor zich te winnen, zou ze eindelijk regie ervaren.
Dat maakte het moeilijk om te herkennen wat veilig was. Onveiligheid was vertrouwd geworden.
“Onveilig voelt veilig en veilig voelt saai.”
Met humor zegt ze dat ze steeds weer die wilde kunstenaars blijft opzoeken, terwijl ze misschien beter iemand zou kunnen zoeken die postzegels verzamelt. Tegelijk merkt ze dat haar blik verandert. Wat eerst aantrekkelijk leek, kan ze nu herkennen als onveilig.
De dans van aantrekken en afstoten
In 2023 bereikte Nora een dieptepunt. Haar stiefvader overleed en haar toenmalige partner maakte het uit. Ze raakte in een zware depressie. Aan de buitenkant bleef ze de vrolijke Nora.
Het loskomen van haar ex was een langdurig proces. De relatie ging aan en uit. Beloften en toenadering trokken haar steeds weer terug.
“Het was een danse macabre die heel lang duurde.”
De lichamelijke aantrekkingskracht speelde daarbij een grote rol. Die was intens en gaf troost. Na pijn en afstand volgden momenten waarop alles weer goed leek: samen huilen, toenadering, de belofte van een nieuw begin. Het voelde dan alsof ze terug waren in het paradijs.
Juist dat goedmaken kon haar opnieuw aan de relatie binden. De fijne momenten drukten de herinnering aan de slechte perioden naar de achtergrond. Het verlangen naar die verbondenheid bleef bestaan, ook wanneer grenzen steeds opnieuw werden overschreden.
Nora beschrijft ook hoe haar vermogen om de ander te begrijpen tegen haar kon werken. Ze zag verklaringen voor zijn gedrag en hoorde steeds nieuwe excuses. Daardoor ging ze voorbij aan haar eigen gevoel dat er iets niet klopte. Voor de buitenwereld kon de relatie ondertussen heel mooi lijken.
“Met je begrijpen ga je dan voorbij je gevoel.”
Het romantische beeld loslaten
Nora vindt dat onze cultuur een intens romantisch beeld van relaties koestert. Een liefde waar de spetters vanaf vliegen, bloemen, gedichten en grote gebaren: we kunnen dat gemakkelijk aanzien voor liefde. Maar zulke gebaren zeggen volgens haar weinig wanneer iemand voortdurend over je grenzen gaat.
Ze noemt schreeuwen, slaan tegen een deur, controle en woedeaanvallen. Wanneer daarop steeds verzoening volgt, kan het moeilijk worden om het hele patroon te blijven zien.
In haar groep probeert Nora voorbij het romantische beeld te komen dat deelnemers soms willen vasthouden. Dat kan confronterend zijn.
“Ik voelde weleens in de groep dat deelneemsters mij moeilijk konden verteren, omdat ik ze een spiegel voorhield die ze liever niet onder ogen zagen.”
Haar boodschap is helder:
“Liefde is niet: ik hou van je, dus nu ga ik je pijn doen.”
Nora spreekt over relatieverslaving als een ziekte. Voor haar helpt die benaming om de ernst te erkennen van een patroon waarin iemand blijft terugkeren naar een schadelijke relatie. Ze benadrukt dat je slachtoffer kunt zijn van misbruik en tegelijk grote moeite kunt hebben om de relatie los te laten.
De hogere macht in jezelf
Nora kwam in aanraking met een groep over relatieverslaving en ging later zelf zo’n groep leiden. Ze noemt dit een Norwoodgroep, naar de auteur op wier boeken de groepen zijn gebaseerd.
Voor Nora is bewustwording een belangrijke helende factor. Zien wat er gebeurt, herkennen hoe een patroon terugkeert en eerlijk kunnen kijken naar je eigen situatie: dat zijn wezenlijke stappen. Haar eigen herstel en haar werk met de groep lopen naast elkaar.
Toen Nora voor het eerst in de groep kwam, hoorde ze spreken over een ‘hogere macht’. Hoewel ze zichzelf spiritueel noemt, schrok ze daarvan.
“Ik dacht: zit ik in een sekte?”
Later ontdekte ze dat ze daar haar eigen betekenis aan mocht geven. Ze ervaart die hogere macht als haar hogere zelf: een deel van zichzelf waarmee ze verbinding kan maken en een gelijkwaardige relatie kan aangaan.
Dat spirituele onderdeel is voor haar belangrijk. Ze verbindt het met haar kinderlijke onschuld, blijheid en vermogen om te spelen.
“Spelen is helen.”
Ze verwijst naar het Bijbelse beeld van kinderen en het Koninkrijk. Voor haar gaat dat over een zuivere, onbevangen staat van bewustzijn. Een deel van haar herstel is weer durven vertrouwen dat er ook goede mensen zijn, met wie ze dat blije deel van zichzelf kan delen.
Rust door onthouding
Nora heeft besloten tot celibaat. De relaties hadden zoveel onrust gebracht dat ze ruimte nodig had om op zichzelf te staan. Ze ziet haar celibaat als een vorm van onthouding: afstand nemen van de dynamiek waarin ze steeds opnieuw terechtkwam.
“Mijn eigen identiteit was stuk en mijn aandacht ging 95 procent naar mijn man.”
In het gesprek benadrukt ze hoe ingrijpend het stoppen voor haar was. Ze spreekt over cold turkey loskomen en noemt minstens een jaar onthouding. Het is haar kijk op herstel vanuit haar eigen ervaringen.
Het alleen zijn kan eenzaam voelen. Ze mist het om vaker te knuffelen. Tegelijk heeft ze een lieve hond, een kat en vriendinnen. Ze leert ook dat ze om een knuffel mag vragen.
Met haar celibaat heeft ze eindelijk rust gevonden. Ze zegt dat ze het bijna niet meer anders zou willen. De verbinding met anderen blijft belangrijk, maar krijgt een andere vorm.
Leren grenzen stellen
Nora vertelt dat de langdurige spanning haar lichamelijk en geestelijk heeft uitgeput. Rond haar vijftigste werd ze ziek. Ze liep gekromd, als een oude vrouw, zegt ze.
Een belangrijke stap was leren verdragen dat iemand haar niet leuk vindt. Ze moest kunnen zeggen:
“Stop, houd op.”
Dat ging niet vanzelf. Ze beschrijft hoe grenzen stellen in haar relaties juist tot woede kon leiden. Het verlangen om de ander tevreden te houden maakte het moeilijk om bij zichzelf te blijven.
Nora noemt signalen die zij nu serieuzer neemt: een relatie die heel snel gaat, overweldigende toenadering aan het begin, controle en de eerste woedeaanval. Ook verwarring is voor haar een signaal om stil te staan bij wat er gebeurt.
Ze probeert weer te vertrouwen op haar eerste gevoel. Voelt een contact fijn? Klopt het wat er gebeurt? Achteraf kon ze vaak herkennen dat haar lichaam al had aangegeven dat er iets niet goed zat.
“Mijn lichaam is mijn instrument.”
Dicht bij zichzelf blijven is haar kompas. Ze beschrijft het herstel als het opnieuw zuiveren van dat kompas, zodat ze haar eigen signalen beter kan herkennen.
Een ruimere betekenis van liefde
Nora’s idee van liefde is veranderd. Haar aandacht gaat minder naar die ene onbereikbare man. Ze ervaart liefde nu als iets ruimers, dat ook aanwezig is in vriendschappen, familie en de relatie met zichzelf.
Ze verwijst naar de schrijfster Bell Hooks en een opvatting van liefde waarin de groei en het welzijn van jezelf én de ander centraal staan. Nora verbindt dat met het leren zorgen voor zichzelf: als het ware een vader en moeder voor zichzelf worden.
Ook lichamelijke intimiteit kan volgens haar diepe pijn aanraken. In een goede relatie is er ruimte om daarmee om te gaan zonder elkaar de schuld te geven van elkaars pijn en schaduwkanten.
Op eigen benen staan betekent voor Nora ook niet dat ze alles alleen moet kunnen.
“We hebben elkaar nodig en relaties zijn belangrijk.”
Voor haar hoeft die verbondenheid niet steeds de vorm van een romantische relatie te krijgen. Vriendschappen en familie zijn eveneens van waarde.
Regie over haar eigen leven
Nora maakt onderscheid tussen proberen grip te krijgen op de ander en regie hebben over zichzelf. In de oude dynamiek kon een verzoening voelen als een overwinning: ze had hem weer teruggewonnen. Maar daarna begon dezelfde dans opnieuw.
“Echte agency is over jezelf en niet over die ander.”
Voor haar zit de werkelijke regie nu in haar eigen keuzes. Ze vertelt dat ze haar laatste relatie afsloot na nog een fijn samenzijn. Daarna liet ze zich niet meer zien. Ze koos ervoor uit het patroon te stappen.
Herstel gaat voor haar uiteindelijk over zelfliefde. Ondanks haar tekortkomingen kunnen weten dat ze een goed mens is. Haar blije kind delen met mensen die daar liefdevol mee omgaan. Steeds minder een ander nodig hebben om zich goed te voelen over zichzelf.
Herstel blijft een proces
Nora is 57 en beschouwt herstel als een langdurig proces. Ze vergelijkt het met alcoholisme: ze wil alert blijven op het patroon en op wat haar opnieuw kan verleiden.
Daar hoort ook acceptatie bij. Ze is bereid keuzes te maken die rust brengen, ook wanneer die iets kosten.
“Als geen relatie de prijs is die ik moet betalen voor herstel, dan doe ik dat graag.”
Ze merkt dat ze zich steeds meer op haar gemak voelt bij zichzelf. Ze kan lachen om haar eigen zelfspraak. De afhankelijkheid van een partner maakt geleidelijk plaats voor meer vertrouwen in zichzelf.
“Ik voel me weer senang worden met mezelf.”