Herstel is minder een kwestie van leren wat te doen, en meer van ontwikkelen hoe te zijn in een onzekere wereld.

Samenvatting (Abstract)

Bij Ervaringswijzer kunnen mensen in herstel leren om workshops te maken en te geven over alledaagse problemen en hoe zij hier wijs mee om kunnen gaan. Daartoe worden methodes ingezet om de existentiële kennis zichtbaar te maken die mensen hebben opgedaan in het omgaan met psychische kwetsbaarheid en ontwrichtende ervaringen. In dit artikel wordt beschreven hoe deze werkwijze eruitziet en hoe dit deelnemers kan ondersteunen in hun herstel.

Eerder werd dit onderzocht aan de hand van het Berlijnse model van wijsheid, waarin wijsheid wordt opgevat als het vermogen om om te gaan met onzekerheid (Baltes & Staudinger, 2000), en de balansgedachte uit het werk van Sternberg (2007), die richting geeft aan hoe mensen in onzekere situaties wijs kunnen handelen. In dit artikel wordt beschreven dat polaritymanagement kan worden gezien als een meer praktische en toegankelijke aanpak.

In het dagelijks leven bewegen mensen vaak onbewust tussen tegenstellingen, zoals grenzen aangeven en verbinding houden of aangaan en vermijden. Door wekelijks met polaritymanagement te werken, worden deelnemers zich bewuster van deze bewegingen en leren zij dat wijs handelen niet gaat om kiezen voor óf het een óf het ander, maar om het kunnen bewegen tussen beide polen. Dit vermogen om met spanning en onzekerheid om te gaan draagt bij aan herstel, doordat mensen flexibeler worden in hun denken, voelen en handelen.


Inleiding

Dit artikel is gebaseerd op praktijkonderzoek binnen Ervaringswijzer, waarin deelnemers door het leren maken en geven van workshops reflecteren op alledaagse en existentiële vragen. Verderop in dit artikel worden uitspraken van deelnemers getoond die hieraan meedoen. De gepresenteerde citaten illustreren hoe wijsheid zich in de praktijk manifesteert door het toepassen van polaritymanagement.

Deze werkwijze bouwt voort op eerder praktijkonderzoek. Uit dat eerdere onderzoek naar wijsheid is gebleken dat mensen voor wie het gebaande pad versperd is geweest door omgevallen bomen en die via een kronkelweg opnieuw hun weg hebben gevonden, daarbij unieke existentiële kennis hebben opgedaan. Juist deze ervaringskennis vormt een belangrijke bron van wijsheid. Het is de kunst om deze kennis naar boven te halen en te benutten – een proces dat met behulp van polaritymanagement zichtbaar en bespreekbaar wordt gemaakt.

Ervaringswijzer is een voortzetting van het toenmalige project ‘NetCliënten’, dat gericht was op actieonderzoek, waarbij onderzoek voor cliënten van de GGz werd uitgevoerd door cliënten zelf. Dit kreeg vorm in het maken van online-keuzehulpen: reeksen van tien interviews rond thema’s die voor cliënten van belang zijn, zoals ‘zingeving en acceptatie’, ‘van wens naar werkelijkheid’ en ‘de maakbaarheid van de psyche’. Deze interviews werden geanalyseerd en uitspraken van geïnterviewden werden via een zoeksysteem op de website toegankelijk gemaakt, zodat inzichten uit ervaringskennis eenvoudig terug te vinden waren.

De vraag die daarbij ontstond was: hoe weet je welke uitspraken wijs zijn? Dit vormde de start van het project ‘Cliënten Kiezen met Wijsheid’. Voor dit project werd subsidie verleend en het werd uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit Utrecht.

In dit praktijkonderzoek is in een experimentele opzet gebruikgemaakt van het zogenoemde Berlijnse model van wijsheid. Dit model bestaat uit vijf criteria waarmee uitspraken beoordeeld kunnen worden op wijsheid, zoals het kunnen relativeren en rekening houden met context (Baltes & Staudinger, 2000). Volgens Brugman zijn niet alle criteria even onderscheidend voor wijsheid en liggen de overige statistisch zo dicht bij elkaar dat ze samengevat kunnen worden als één kern: het vermogen om om te gaan met onzekerheid (Brugman, 2000; 2006; Ervaringswijzer, z.d.-b). Het model van Baltes lijkt daarmee vooral te zeggen wat wijsheid is. Volgens Brugman kan wijsheid daarmee worden opgevat als onzekerheidsmanagement.

In het omgaan met die onzekerheid kun je vuistregels bedenken. De theorie van Sternberg biedt daarvoor een perspectief. Hij beschrijft wijsheid als het afwegen van intrapersoonlijke, interpersoonlijke en extrapersoonlijke belangen, en van korte en lange termijn, in situaties waarin niet duidelijk is wat de beste keuze is (Sternberg, 2007). Die afweging kan ertoe leiden dat iemand probeert de situatie te veranderen, zichzelf aanpast aan de situatie, of ervoor kiest om de situatie te verlaten. Wijsheid betekent dan dat je niet alleen kijkt naar wat goed is voor jezelf, maar ook voor anderen en de bredere context.

Hoewel deze benadering inhoudelijk goed aansluit bij de praktijk van herstel, bleek zij in het werken met vrijwilligers minder gemakkelijk toepasbaar. De verschillende belangen en afwegingen uit Sternbergs model zijn theoretisch waardevol, maar voor deelnemers vaak abstract. Polaritymanagement bleek toegankelijker. Het uitgangspunt dat een situatie meestal twee kanten heeft, die allebei waarden én schaduwzijden bevatten, werd snel herkend door deelnemers.

In de praktijk bleek polaritymanagement daarmee een eenvoudiger werkbare heuristiek voor onzekerheidsmanagement. Waar het Berlijnse model vooral beschrijft wat wijsheid is, en Sternberg richting geeft aan hoe belangen kunnen worden afgewogen, helpt polaritymanagement mensen concreet om met spanning en ambiguïteit om te gaan.

De categorieën van Sternberg bleven daarbij wel bruikbaar als ordening van onderwerpen. Daarom zijn de workshops op de website onderverdeeld in vier rubrieken:

Binnen deze categorieën wordt vervolgens met polaritymanagement gekeken naar de spanning tussen verschillende polen. Soms gaat een workshop bijvoorbeeld over de balans tussen jezelf zijn en aanpassen, soms over grenzen aangeven versus verbinding houden, en soms over veranderen versus accepteren van maatschappelijke omstandigheden.

In dit artikel wordt bepleit dat polaritymanagement een praktische en toegankelijke manier is om deze vorm van wijsheid zichtbaar te maken en te ontwikkelen. Het begrip polariteit is oorspronkelijk uitgewerkt door Johnson (1996), die laat zien dat veel vraagstukken geen problemen zijn die opgelost moeten worden, maar spanningen die gemanaged moeten worden. Waar het Berlijnse model criteria biedt om wijsheid te beoordelen en Sternberg beschrijft hoe verschillende belangen in balans worden gebracht, laat polaritymanagement zien hoe mensen in de praktijk met deze onzekerheid en spanning leren omgaan, door persoonlijke ervaringen te vertalen naar algemene principes die voor iedereen herkenbaar en toepasbaar zijn.


Wijsheid als omgaan met onzekerheid

Beslissingen in het leven zijn zelden zeker. Je weet niet van tevoren wat de beste keuze is. En ook achteraf kun je niet met zekerheid zeggen dat het anders beter was geweest. Mensen moeten dus handelen in onzekerheid.

In het onderzoek naar wijsheid komt steeds terug dat wijze mensen hun keuzes zien als voorlopig. Ze blijven openstaan voor nieuwe informatie en zijn bereid om bij te sturen (Brugman, 2006). Ze erkennen dat er meerdere perspectieven zijn en dat waarden kunnen botsen.

Dit betekent dat wijsheid niet zit in het vinden van het juiste antwoord, maar in het kunnen omgaan met het feit dat er geen eenduidig antwoord is.


Polariteit als structuur van het probleem

De situaties die mensen beschrijven in de workshops zijn vaak goed te begrijpen als polariteiten: twee polen die elkaar nodig hebben, maar ook spanning geven.

Het verschil tussen een puzzel en een wipwap

Sommige problemen zijn als een puzzel: er is één juiste oplossing. Als je de oplossing vindt, is het probleem weg. Veel levenssituaties zijn echter eerder als een wipwap. Je kunt niet voorgoed op één kant blijven zitten; je moet blijven bewegen om in balans te blijven.

Denk aan in- en uitademen: inademen is goed (zuurstof), uitademen is ook goed (CO₂ afvoeren). Maar één kant vasthouden gaat mis. Beide zijn nodig en volgen elkaar op in een doorgaand proces.

Waarom we vaak vastlopen

We hebben de neiging om één kant van de wipwap als ‘goed’ te zien en de andere als ‘fout’.

Hoe je hiermee stuurt

In plaats van te kiezen voor één kant, leer je signalen herkennen dat je doorschiet.

Sturen betekent: tijdig ‘gewicht verplaatsen’ naar de andere kant.

Wat dit betekent voor herstel

Voor mensen met een psychische kwetsbaarheid zijn deze spanningen herkenbaar, zoals de balans tussen grenzen aangeven en verbinding houden.

Door dit niet te zien als een fout (“ik kan dit niet”), maar als een wipwap waarop je leert spelen, ontstaat rust. Je bent niet ‘stuk’, je navigeert tussen twee menselijke behoeften die beide waar zijn.

Samengevat

Het gaat om het formuleren van een hoger doel (bijv. een goed leven leiden) en begrijpen dat je daarvoor beide polen nodig hebt. Je stopt met vechten tegen de spanning en gebruikt de beweging ertussen om vooruit te komen.

Bijvoorbeeld:

Deze polen zijn niet goed of fout. Beide hebben voordelen en nadelen. Problemen ontstaan meestal wanneer iemand te veel naar één kant doorschiet.

Wat deelnemers in de workshops leren is om te schakelen tussen deze polen, in plaats van zich vast te bijten aan een kant.


Polariteit als praktijk van wijsheid

De insteek van de workshops van Ervaringswijzer is (zelf)onderzoek.

Deze werkwijze is niet vanzelf ontstaan, maar het resultaat van een verschuiving in aanpak. In eerdere fasen van Ervaringswijzer lag de nadruk op kennisoverdracht. Workshops waren gebaseerd op bestaande literatuur en methodieken, waarbij deelnemers teksten en opdrachten kregen aangereikt. In de praktijk bleek deze meer top-down benadering weinig betrokkenheid op te roepen. Thema’s sloten niet altijd aan bij de leefwereld van deelnemers en de aanpak activeerde hun eigen denk- en oordeelsvermogen onvoldoende.

Geïnspireerd door inzichten uit de onderwijskunde, zoals de ‘SuperCourses’-benadering van Bain (2021), is de werkwijze verschoven naar leren vanuit eigen, betekenisvolle vragen. In plaats van abstracte doelen vormen alledaagse ervaringen nu het vertrekpunt. In een wekelijkse cyclus van probleemanalyse, visievorming en oefening ontwikkelen deelnemers hun eigen antwoorden. Hoewel de situaties persoonlijk zijn, is de onderliggende wijsheid breder toepasbaar te maken.

Een belangrijk verschil met eerdere werkwijzen is de ruimte voor afwijking en creativiteit binnen de workshops. Waar eerder vastgelegde workshops weinig ruimte boden om van de stof af te wijken, ontstaat in het werken vanuit eigen vragen juist vrijheid om het gesprek en de oefening te laten volgen wat zich aandient. Dit maakt het proces dynamischer en laat ruimte voor het onverwachte. Juist die onvoorspelbaarheid blijkt een voorwaarde voor leren: deelnemers worden uitgenodigd om actief mee te denken, te voelen en bij te sturen. Dit wordt door zowel vrijwilligers als bezoekers als betekenisvoller en meer betrokken ervaren.

Deze cyclus heeft ook een sociale en existentiële waarde. Voor deelnemers met een beperkte toekomsthorizon door psychische kwetsbaarheid biedt het werken aan een concrete workshop structuur en richting. Door iets te maken voor anderen ontstaat een actieve, oplossingsgerichte houding. De workshop wordt zo een gezamenlijk onderzoek, waarin deelnemers niet alleen leren van elkaar, maar ook bijdragen aan gedeelde kennisontwikkeling. Dit sluit aan bij inzichten uit de onderwijskunde, zoals de eerder genoemde Bain (2021) in SuperCourses. Goed onderwijs draait niet primair om het overdragen van informatie, maar om het oproepen van nieuwsgierigheid en het werken met vragen die voor deelnemers zelf betekenisvol zijn. Door te vertrekken vanuit zulke vragen worden deelnemers gemotiveerd om actief te zoeken naar eigen antwoorden. Deze onderzoekende houding vormt de basis van het werken met polariteiten in de workshops.

In een wekelijkse cyclus werken deelnemers in verschillende groepen samen aan het ontwikkelen van deze workshops. In de redactionele groep wordt een vraagstuk gekozen en afgebakend op basis van persoonlijke ervaringen. In de onderzoeksgroep wordt vervolgens een voorlopige visie ontwikkeld op het omgaan met deze kwestie. In de trainersgroep wordt deze visie vertaald naar werkvormen, zoals opstellingen, rollenspelen en oefeningen die het lichamelijke en relationele aspect aanspreken. Deze voorbereidingen komen samen in de workshops met deelnemers waarin de in de onderzoeksgroep ontwikkelde visie met behulp van polaritymanagement wordt besproken met bezoekers. Op die manier wordt de bestaande visie getoetst en aangevuld met nieuwe ervaringen en inzichten. Bezoekers worden uitgenodigd hun ervaringen en inzichten te delen.

Van elke workshop wordt een verslag gemaakt en gepubliceerd op de website onder het kopje ‘thema’s’. Deze thema’s zijn gecategoriseerd volgens de formule van Sternberg: ‘In mij’ (intrapersoonlijk), ‘Tussen ons’ (interpersoonlijk), ‘Om ons heen’ (extrapersoonlijk) en ‘Wat doe je’ (het aanpassen van jezelf, de situatie of het verlaten daarvan). Verslagen worden onder deze categorieën geplaatst en na verloop van tijd gegroepeerd tot bredere thema’s wanneer ze inhoudelijk op elkaar lijken. Op deze manier groeit de kennis organisch van onderop, op basis van herhaalde ervaringen en gedeelde inzichten.

De onderstaande voorbeelden laten workshops zien die zijn gegeven en de wijsheidsinzichten die voortkomen uit deze aanpak. Ze illustreren hoe deelnemers via polaritymanagement tot een meer gebalanceerde kijk en handelingsruimte komen.

Grenzen aangeven ↔ verbinding houden

“Geef zo snel mogelijk je grenzen aan, anders krijg je wrokgevoelens.”

“Ik zeg wat ik op mijn hart heb, maar wel vriendelijk.”

“De kunst is om grenzen aan te geven, zonder het contact te verbreken.”

“Soms lijkt aanpassen aardig, maar uiteindelijk raak je jezelf kwijt én wordt het contact onecht.”

Hier zie je hoe deelnemers zoeken naar balans. Te weinig grenzen leidt tot frustratie. Te harde grenzen kunnen het contact beschadigen. Wijsheid zit hier niet in het kiezen voor één kant, maar in het voortdurend afstemmen tussen beide.


Aangaan ↔ vermijden

“Als je iets aangaat, ben je er vaak sneller vanaf.”

“Vermijden helpt soms om jezelf te beschermen, maar je moet oppassen dat het niet je wereld kleiner maakt.”

“Je hoeft niet alles meteen aan te gaan. Soms moet je eerst stevigheid opbouwen.”

“De kunst is voelen wanneer vermijden je helpt, en wanneer het je gevangen houdt.”

Hier wordt zichtbaar dat beide kanten een functie hebben. Vermijden kan tijdelijk veiligheid geven, terwijl aangaan groei en opluchting mogelijk maakt. Wijsheid ontstaat in het leren herkennen wanneer het tijd is om naar de andere pool te bewegen.


Zorgen voor de ander ↔ zorgen voor jezelf

“Je moet je broeders en zusters steunen.”

“Het gaat om een bewuste keuze.”

“Als je alleen maar geeft, raak je uitgeput en kun je er uiteindelijk ook niet meer voor de ander zijn.”

“Goed zorgen voor jezelf kan óók een manier zijn om beter voor anderen beschikbaar te blijven.”

Hier wordt zichtbaar hoe mensen zoeken naar een balans tussen geven en begrenzen. Wijsheid ontstaat wanneer iemand ziet dat beide kanten belangrijk zijn en dat elke keuze tijdelijk is.


Aanpassen ↔ jezelf zijn

“Ik paste me zo aan, dat ik mijn eigen behoeftes vergat.”

“Ik had niet geleerd dat mijn gevoelens er mochten zijn.”

“Nu zie ik: ik was niet het probleem.”

“Je krijgt een krachtigere uitstraling naarmate je meer jezelf wordt.”

Hier zie je hoe herstel samenhangt met het terugvinden van jezelf, zonder de verbinding met anderen te verliezen.


Positief denken ↔ eerlijk voelen

“Waarom is het erg om jezelf voor de gek te houden als het helpt?”

“Je hoeft je negatieve gevoelens niet weg te drukken.”

“Erkennen dat je chagrijnig bent, geeft al ruimte.”

“Positief denken werkt pas echt als het niet betekent dat je jezelf verlaat.”

Hier wordt zichtbaar dat beide kanten iets te bieden hebben. Wijsheid zit in het kunnen verdragen en hanteren van die spanning.


Wat gebeurt hier? Bewegen in onzekerheid

In al deze voorbeelden zie je hetzelfde patroon:

Dit sluit direct aan bij de kern van wijsheid als onzekerheidsmanagement (Baltes & Staudinger, 2000; Brugman, 2000). Mensen weten het niet zeker, maar handelen toch. Ze blijven open voor bijstelling en houden meerdere perspectieven tegelijk vast.


Polariteit als heuristiek

De theoretische modellen van wijsheid, zoals het Berlijnse model en de theorie van Sternberg, beschrijven belangrijke kenmerken van wijs handelen. Tegelijk zijn deze modellen voor veel mensen abstract.

Polaritymanagement biedt een praktische vertaling.

In plaats van abstracte criteria, biedt het concrete vragen:

Deze vragen helpen om:

Daarmee functioneert polaritymanagement als een heuristiek: een vuistregel die helpt om met onzekerheid om te gaan.


Betekenis voor herstel

Herstel betekent in de praktijk vaak dat mensen leren omgaan met spanningen en onzekerheid.

Van persoonlijk lijden naar algemene principes

Bij Ervaringswijzer vertrekken we vanuit persoonlijke ervaringen, maar waken we ervoor dat dit therapie wordt. Door gebruik te maken van polaritymanagement wordt een individuele kwestie direct opgetild naar een algemeen niveau.

Dit heeft een de-stigmatiserend effect: deelnemers zien dat hun probleem niet voortkomt uit een persoonlijke tekortkoming, maar uit een universele menselijke spanning tussen twee polen (bijvoorbeeld aanpassen versus eigenheid). Hierdoor verschuift de ervaring van ‘er is iets mis met mij’ naar ‘dit is een herkenbaar menselijk vraagstuk’.

Tegelijkertijd bevordert dit het nemen van verantwoordelijkheid. De deelnemer verschuift van ‘slachtoffer van omstandigheden’ naar iemand die actief met principes kan werken. Door algemene wetmatigheden te herkennen en toe te passen, ontstaat meer autonomie en handelingsruimte.

Polaritymanagement als toegankelijke oefenplek

In de cultuur wordt vaak één kant van een polariteit benadrukt, zoals kwetsbaarheid of jezelf uitspreken. Polaritymanagement maakt zichtbaar dat elke pool ook nadelen heeft, en dat de tegenpool eveneens waarde bevat.

Door regelmatig verschillende thema’s te onderzoeken, ontwikkelen deelnemers een middenpositie. Ze raken minder gevangen in uitersten en leren navigeren tussen de voor- en nadelen van beide kanten. Dit vergroot de mentale flexibiliteit en helpt om beter met spanning om te gaan.

Workshops als leeromgeving

De workshops laten zien dat wanneer mensen hun ervaringen delen:

Door polariteiten te herkennen, ontstaat er taal voor wat er gebeurt. Mensen zien dat hun worsteling geen persoonlijk falen is, maar een menselijke spanning.

Door persoonlijke ervaringen te vertalen naar algemene polariteiten, verschuift de focus van individueel probleem naar gedeelde menselijke dynamiek. Dit helpt deelnemers om afstand te nemen van hun situatie en deze te benaderen als iets waar ze actief mee kunnen omgaan.

Een aanvullende beweging die hierin zichtbaar wordt, is die van deelnemer naar mede-onderzoeker. Deelnemers leren hun eigen situatie te benaderen met een onderzoekende blik, als het ware als ‘antropoloog in de eigen cultuur’. In plaats van uitsluitend te zoeken naar erkenning voor hun persoonlijke ervaring, onderzoeken zij de sociale context en de impliciete regels die daarin spelen. Hierdoor wordt stigmatisering niet alleen ervaren als persoonlijk onrecht, maar ook begrepen als een reactie van een sociaal systeem op afwijkend gedrag. Vanuit deze metapositie ontstaat ruimte om te experimenteren met ander gedrag en om opnieuw aansluiting te zoeken.

Wat deelnemers zelf zeggen dat zij leren

De ontwikkeling die deelnemers beschrijven gaat vaak verder dan het aanleren van losse vaardigheden. Veel vrijwilligers geven aan dat zij gaandeweg anders naar zichzelf, anderen en de samenleving zijn gaan kijken.

Een deelnemer omschrijft het als een vorm van onbewust leren: “Je hebt hier een onbewust leren, je doet mee. Je pikt dingen op zonder dat je het doorhebt. Je krijgt andere point of view en leert anders naar dingen te kijken en omgaan. Ik ben veranderd als mens.” Een ander zegt: “Ik voel me sterker geworden door hier te zijn. Dat je ineens dingen durft te zeggen. Of dat je een slechte vriendschap van vijftien jaar afbreekt.”

Opvallend is dat deelnemers vaak spreken over houding en relationele vaardigheden. “Je leert skills die je in dagelijks leven kunt toepassen. Het beïnvloedt ook hoe je met je omgeving omgaat.” Anderen noemen het expliciet vaardigheden voor het dagelijks leven: “Mensen groeien hier of je nou wil of niet. Het zijn life-skills.”

Verschillende deelnemers beschrijven een groei in compassie en openheid. “Ik heb me weer opengesteld voor vriendschappen.” “Ik heb meer compassie gekregen.” “Normaal ben ik heel hard voor mezelf.” Een ander verwoordt het als een langzaam openen: “Je opent je als knop met veel potentie. Die dichte knop gaat hier vanzelf open alleen maar door aanwezig te zijn.”

Ook de sociale veiligheid van de workshops wordt vaak genoemd. “Je kan hier echt jezelf zijn en weten dat je niet veroordeeld wordt. Die acceptatie is helend.” Een ander zegt: “Je oefent hier de buitenwereld.” Hierdoor ontstaat ruimte om gedrag eerst binnen een veilige context te onderzoeken voordat het buiten de workshops wordt toegepast.

Deelnemers beschrijven bovendien dat zij leren relativeren door de diversiteit aan verhalen. “Door de verhalen hier kan ik beter relativeren.” “De mix van mensen is ook zo goed, de een is dakloos geweest, de ander is geadopteerd.” Hierdoor ontstaat herkenning én verbreding van perspectief.

Opvallend is dat deelnemers de waarde van deze bijeenkomsten vaak verbinden aan existentiële ontwikkeling in plaats van maatschappelijk succes. “In de maatschappij gaat het altijd over wat je kan, maar dat is niet wat je bent als mens.” “Hier leer je in contact te komen met je waarde zonder externe factoren.”

De wekelijkse workshops worden daarbij ervaren als een oefenplek voor het leven zelf. “Het wekelijkse onderwerp is een kapstok om het over van alles en nog wat te hebben.” “Hier krijg je workshops over het leven.” Door steeds opnieuw stil te staan bij alledaagse spanningen ontstaan geleidelijk meer handelingsmogelijkheden: “Je krijgt een palet aan keuzes: hoe je om kunt gaan met dingen.”

Ontwrichting, vervreemding en nieuwe waarden

Ingrijpende ervaringen kunnen niet alleen iemands leven ontregelen, maar ook het vanzelfsprekende vertrouwen in de wereld aantasten. In de traumatheorie wordt dit wel beschreven als het doorbreken van basisaannames: het idee dat de wereld begrijpelijk is, dat goede dingen goede mensen overkomen en dat je zelf in zekere mate veilig bent (Janoff-Bulman, 1992; Lerner, 1980). Ook de psychologische literatuur over positieve illusies laat zien dat mensen vaak leven met een zekere mate van optimisme, controlegevoel en onkwetsbaarheid (Taylor & Brown, 1988). Zulke overtuigingen kunnen steun geven, maar worden door ontwrichtende ervaringen soms hard doorbroken.

Wanneer dat gebeurt, kan de wereld vreemd worden. De gewone doelen van de samenleving – presteren, bezit, status, werk, vooruitgang – voelen dan minder vanzelfsprekend. Dat kan leiden tot vervreemding, cynisme of verlies van zin. Tegelijk kan er ook iets anders ontstaan: een verschuiving naar diepere waarden, zoals echtheid, compassie, verbinding en het kunnen zijn met wat er is.

Deze beweging is herkenbaar in de uitspraken van deelnemers. “In de maatschappij gaat het altijd over wat je kan, maar dat is niet wat je bent als mens.” En: “Hier leer je in contact te komen met je waarde zonder externe factoren.” Zulke uitspraken laten zien dat herstel niet altijd betekent dat iemand terugkeert naar het oude pad. Soms betekent herstel juist dat iemand een andere verhouding tot het leven ontwikkelt: minder gericht op worden en presteren, meer op zijn, betekenis en verbondenheid.

Voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, chronische pijn of een beperkte toekomsthorizon kan dit van groot belang zijn. Wanneer een verre horizon – carrière, bezit, maatschappelijk succes – niet vanzelfsprekend is, ontstaat de vraag hoe je je dan toch tot het leven kunt verhouden. De workshops bieden steun doordat zij niet vertrekken vanuit de norm van ‘meedoen zoals het hoort’, maar vanuit de vraag hoe je wijs kunt leven met wat er is. Polaritymanagement helpt daarbij, omdat het ruimte maakt voor beide kanten: verlangen naar meedoen én erkenning van beperking, hoop én rouw, veranderen én accepteren.

Van leren naar ontwikkelen: houding als kern

Deze verschuiving naar een onderzoekende houding sluit aan bij inzichten uit de literatuur over posttraumatische groei (Linley, 2003; Linley & Joseph, 2004). Daarin wordt beschreven dat mensen na ingrijpende ervaringen niet alleen herstellen, maar een fundamentele verandering kunnen doormaken in hoe zij in de wereld staan.

Waar herstelondersteuning vaak gericht is op het aanleren van vaardigheden of het overdragen van kennis, bevindt wijsheid zich op het niveau van houding. Onderzoek laat zien dat ‘positieve overlevers’ zich kenmerken door meer zelfcompassie, het vermogen om emoties waar te nemen zonder erdoor overspoeld te raken (dit wordt wel omschreven als een vorm van afstandelijke betrokkenheid) en een grotere tolerantie voor onzekerheid.

Opvallend is dat deze laatste eigenschap direct aansluit bij de eerdere omschrijving van wijsheid als onzekerheidsmanagement. Zowel in het Berlijnse model als in het onderzoek naar posttraumatische groei blijkt het vermogen om onzekerheid te verdragen en ermee te leren bewegen een centrale factor. Positieve overlevers onderscheiden zich niet doordat zij meer controle hebben over het leven, maar doordat zij flexibeler leren omgaan met ambiguïteit, spanning en veranderlijkheid.

Deze houding sluit direct aan bij de ‘antropologische blik’ die in de workshops wordt ontwikkeld: nieuwsgierig, observerend en niet-oordelend. Deelnemers leren zowel betrokken te zijn bij hun ervaring als er met enige afstand naar te kijken. In termen van polaritymanagement betekent dit dat zij leren schakelen tussen twee polen: emotionele betrokkenheid en reflectieve afstand.

Dit maakt duidelijk dat het in de workshops niet primair gaat om het aanleren van ‘vaardigheden’, maar om het ontwikkelen van een wijze levenshouding. Zoals iemand technische vaardigheden voor een vechtsport kan leren, maar de waarde daarvan uiteindelijk afhangt van de houding waarmee die vaardigheden worden ingezet, zo krijgt ook ervaringskennis pas betekenis wanneer deze gedragen wordt door een onderzoekende en compassievolle houding.

Voor mensen die te maken hebben met stigmatisering en een ervaren kloof met de samenleving is dit cruciaal. De workshop biedt geen set ‘trucjes’ om weer mee te draaien, maar een oefenplek om een andere verhouding tot zichzelf en de wereld te ontwikkelen. Hierdoor verschuift de deelnemer van passieve ontvanger van zorg naar een actieve, lerende en handelende actor.

Dit draagt bij aan herstel, doordat mensen flexibeler worden in hun handelen en hun verhouding tot de sociale werkelijkheid actief kunnen heronderhandelen.

Deze werkwijze positioneert zich tussen therapie en educatie: persoonlijke ervaringen vormen het vertrekpunt, maar worden systematisch vertaald naar algemene principes. Daardoor ontstaat een leeromgeving waarin deelnemers niet alleen reflecteren op hun eigen situatie, maar ook vaardigheden ontwikkelen om met vergelijkbare spanningen in andere contexten om te gaan.


Conclusie

Dit artikel laat zien dat wijsheid geen abstract ideaal is, maar zichtbaar wordt in concrete uitspraken van mensen die omgaan met spanningen in hun leven. Juist in die alledaagse worstelingen komt naar voren hoe mensen leren schakelen tussen tegenstellingen. Het zijn vaak juist mensen die moeilijkheden hebben moeten overwinnen, die daarbij unieke existentiële kennis ontwikkelen – kennis die in deze praktijk zichtbaar en deelbaar wordt gemaakt.

Waar theoretische modellen zoals die van Baltes beschrijven wat wijsheid inhoudt, en Sternberg een heuristiek biedt voor wijs handelen, maakt polaritymanagement dit praktisch toepasbaar in het dagelijks leven. Deelnemers zoeken geen definitieve antwoorden, maar ontwikkelen het vermogen om te schakelen, af te wegen en bij te sturen.

Polaritymanagement biedt een toegankelijke ingang. Het helpt om tegenstellingen niet te zien als problemen die opgelost moeten worden, maar als spanningen waartussen bewogen kan worden. Daarmee maakt het wijsheid niet alleen zichtbaar, maar ook ontwikkelbaar.

Voor de praktijk van herstel betekent dit dat het niet gaat om het vinden van zekerheid, maar om het vergroten van flexibiliteit in het omgaan met onzekerheid. Herstel blijkt daarmee minder een kwestie van leren wat te doen, en meer van ontwikkelen hoe te zijn in een onzekere wereld. Dat is de kern van wijs handelen.


Literatuur

Johnson, B. (1996). Polarity management: Identifying and managing unsolvable problems. Amherst, MA: HRD Press.

Baltes, P. B., & Staudinger, U. M. (2000). Wisdom: A metaheuristic to orchestrate mind and virtue toward excellence. American Psychologist, 55(1), 122–136.

Brugman, G. (2000). Wisdom: Source of narrative coherence and eudamonia. Delft: Eburon.

Brugman, G. (2006). Wisdom and aging. In J. Birren & K. Schaie (Eds.), Handbook of the psychology of aging (pp. 445–457). San Diego: Academic Press.

Ervaringswijzer. (z.d.-a). Onderzoeksrapport cliënten kiezen met wijsheid. Geraadpleegd van https://ervaringswijzer.nl/ovr-ervaringswijzer/onderzoeksrapport-clienten-kiezen-met-wijsheid/

Ervaringswijzer. (z.d.-b). Houding belangrijker dan ervaring. Geraadpleegd van https://ervaringswijzer.nl/ovr-ervaringswijzer/houding-belangrijker-dan-ervaring/

Ervaringswijzer. (z.d.-c). Thema’s en praktijkverslagen. Geraadpleegd van https://ervaringswijzer.nl/themas/

Sternberg, R. J. (2007). Wisdom, intelligence, and creativity synthesized. Cambridge: Cambridge University Press.

Bain, K. (2021). SuperCourses: The future of teaching and learning. Cambridge, MA: Harvard University Press.

Linley, P. A. (2003). Positive adaptation to trauma: Wisdom as a posttraumatic outcome. Journal of Traumatic Stress, 16(6), 601–610.

Linley, P. A., & Joseph, S. (2004). Positive change following trauma and adversity: A review. Journal of Traumatic Stress, 17(1), 11–21.

Janoff-Bulman, R. (1992). Shattered assumptions: Towards a new psychology of trauma. New York, NY: Free Press.

Lerner, M. J. (1980). The belief in a just world: A fundamental delusion. New York, NY: Plenum Press.

Taylor, S. E., & Brown, J. D. (1988). Illusion and well-being: A social psychological perspective on mental health. Psychological Bulletin, 103(2), 193–210.