Niet wat je kan,

maar wie je bent

Bij Ervaringswijzer ontstond een gesprek over een herkenbare vraag: “Wat doe je?”
Een deelnemer vertelde dat hij moe was geworden van die vraag. Alsof je jezelf steeds moet verklaren via werk, prestaties of vaardigheden. Alsof je pas bestaansrecht hebt wanneer je kunt laten zien wat je doet of wat je bereikt hebt.

Vanuit die frustratie ontstond een open gesprek over ontwikkeling, identiteit, vrijheid, liefde, gezondheid en de druk om te voldoen.

Een deelnemer vertelde:

“Ik ben een beetje klaar met dingen kunnen. Nu huur ik iemand in. Bijvoorbeeld een accountant inhuren voor mijn bedrijf toen ik die nog had Sommige dingen ben ik gewoon niet goed in. De organisatie in mijn huis heeft tien jaar geduurd. Ik leg geen druk meer op mezelf. So be it.”

Ze vertelde over een ADHD-workshop waar iemand zei:
“Wie herkent dat je dingen pas doet als het echt moet?”

Dat was herkenbaar.
“Als mijn vriend komt, ruim ik op.”

Een andere deelnemer vertelde juist dat ze opnieuw contact probeert te maken met iets wat vroeger echt bij haar hoorde:

“Ik wil wel mijn sportieve kant ontwikkelen. Als kind was ik sportief. Toen werd ik depressief. Later ging ik blowen en ben ik nooit meer gaan sporten. Maar bewegen gaf me vroeger plezier. Nu wil ik dat terugvinden. Niet vanuit druk, maar vanuit iets gezonds. Ik wil heel laagdrempelig beginnen. Niet in een groep, want dan ga ik me vergelijken.”

Iemand anders herkende dat meteen:

“Ik had hetzelfde. Vroeger sportte ik zes dagen per week. Nu denk ik: ik moet het niet doen omdat het moet, maar terug naar waarom ik het leuk vond. Ik heb nu een trampoline naast mijn bed staan. Iedereen zegt dat je moet wandelen, maar dat doe ik niet. Ik wil de sportieve kant in mezelf terugvinden, maar wel op mijn eigen manier.”

Een deelnemer merkte op:

“Als kind rende je al door de kamer. Bewegen was toen gewoon iets leuks.”

Langzaam ontstond er een belangrijk onderscheid: jezelf ontwikkelen hoeft niet hetzelfde te zijn als jezelf forceren.

Een deelnemer vertelde hoe hij jarenlang moeite had gehad met simpele dagelijkse taken:

“Ik had altijd moeite met klusjes doen, maar na jaren lukt het eindelijk. Dat kwam doordat ik ergens succes in kreeg. Ik begon elke ochtend naar mijn taken te kijken om door de angst heen te gaan. Kleine dingen. Meteen mijn post openen bijvoorbeeld. Op een gegeven moment lukte het steeds beter. Dus veranderen kan wel, maar het heeft soms veel tijd nodig.”

Daar voegde hij aan toe:

“Veel dingen hoef je niet te veranderen in jezelf, maar sommige dingen wel. Als je je administratie of klusjes niet doet, kom je op een gegeven moment in de problemen.”

Een ander reageerde:

“Dingen die moeten, lukken bij mij vaak juist niet.”

Waarop iemand zei:

“Ik moet wel oppassen dat ik mezelf niet saboteer uit rebellie tegen het ‘moeten’. Daar heb ik uiteindelijk alleen mezelf mee.”

Het gesprek ging daarna over de vraag: wanneer accepteer je jezelf zoals je bent, en wanneer is verandering toch nodig?

Een deelnemer vertelde over iemand die volgens hem volledig zichzelf was:

“Hij rijdt altijd te hard. Hij heeft boetes als extra kostenpost geaccepteerd. Zo is hij gewoon.”

Dat riep ook vragen op. Want waar ligt de grens tussen authenticiteit en verantwoordelijkheid?

Een deelnemer zei:

“Het is soms ook gewoon heel veel wat je allemaal moet. Dus dan wordt de vraag: wat laat je los en wat kies je bewust wel? Dat is beter dan wat ik vroeger deed. Toen pakte ik alles op. Als je alles belangrijk vindt, word je een slaaf van de wereld. Als je loslaat wat niet bij je past, word je meer wie je bent.”

Een andere deelnemer vertelde hoe een neurodiversiteitsexpert haar rust had gegeven:

“Er was water overgelopen en zij zei alleen maar: ‘Joh, dat dweil je toch op.’ Dat gaf me zoveel rust. Ik probeer met mijn ADHD om te gaan, met briefjes zoals ‘zet het gas uit’, maar op een gegeven moment zie je die briefjes niet meer. Zij liet me voelen: wat is er eigenlijk zo erg aan dat je niet alles kan?”

Iemand anders formuleerde het scherper:

“Je moet alleen optimizen waar je onder de maat zit.”

Maar meteen kwam daar een reactie op:

“Wat ‘onder de maat’ is, bepaal je zelf.”

Toen ontstond een gesprek over grenzen. Wat moet je echt serieus nemen?

“Gezondheid is voor mij de enige grens.”

“En liefde.”

“Of als je elke dag tegen iets aanloopt. Bijvoorbeeld de plek van je wasmand. Als iets je dagelijks belemmert.”

Een deelnemer vroeg:

“Ben je niet egocentrisch als je alleen van jezelf uitgaat?”

Een ander antwoordde:

“Ik ga ook niet met alcohol achter het stuur zitten.”

Daarna verschoof het gesprek naar relaties en liefde.

“Voor mij is liefde juist iets waar ik voor wil werken. Relaties met vriendinnen ook. Daar marchandeer ik niet mee. Ik heb liever een goede relatie dan een carrière. Als ik hand in hand ontbijt met iemand die ik liefheb, ben ik intens gelukkig.”

Ze glimlachte even.

“Mijn hond was eigenlijk ook ultiem geluk.”

Een andere deelnemer omschreef liefde als:

“Accepteren wat die ander is, zonder diegene steeds te willen veranderen. Natuurlijk wel met grenzen en vergeving.”

Daar tegenover stond een verlangen naar vrijheid:

“Ik wil ondernemen. Ik wil niet vastzitten aan elke maandag om zeven uur beginnen. Voor mij gaat het om financiële vrijheid. Wat is belangrijker: tijd of geld?”

Het gesprek werd steeds filosofischer. Een deelnemer zei:

“Als je jezelf bent, heb je minder energieverlies.”

Iemand anders sloot daarop aan:

“Door opvoeding en verwachtingen raken mensen heel lang verwijderd van hun kern. Je lichaam zegt stop, maar je denkt: ik heb geld nodig. Veel mensen verliezen het contact met zichzelf en worden ziek zonder dat ze doorhebben waardoor.”

Een andere deelnemer ging nog verder:

“Het systeem begint al op school. Je moet dit doen, je moet dat kunnen.”

Toch kwam ook daar nuance op:

“Er zijn ook mensen die prima functioneren in dat systeem. Die zijn er ook nodig.”

Aan het einde van het gesprek ontstond een belangrijk onderscheid tussen eigenwaarde en vaardigheden.

“Voor mij is er een verschil tussen eigenwaarde en zelfverzekerdheid. Eigenwaarde gaat over wie je bent en dat dat genoeg is. Zelfverzekerdheid gaat meer over iets kunnen. Volgens mij hebben veel mensen die twee met elkaar verward.”

Daarna vertelde iemand hoe het denken in de elementen vuur, lucht, water en aarde hem hielp zichzelf beter te begrijpen.

“Ik heb veel lucht in me: denken, analyseren. Ik moest meer water ontwikkelen: gevoelens en contact. Vuur had ik altijd al genoeg. Nu ben ik meer aarde aan het ontwikkelen: praktisch en nuchter worden.”

Een ander herkende dat:

“Door moeilijke situaties word je soms vanzelf nuchterder.”

Aan het einde ontstond langzaam een gezamenlijke wijsheid.

Niet dat je jezelf nooit hoeft te ontwikkelen.
Maar ook niet dat je jezelf voortdurend moet verbeteren om goed genoeg te zijn.

Eerder dit:

“Wie je bent is eigenlijk al af. De vraag is alleen: waar wil je je tijd en energie aan besteden?”

En misschien nog meer:

“Ontwikkeling is gezond, zolang het voortkomt uit wie je bent — en niet uit de angst dat je anders niet genoeg bent.”