Lockdown en vriendschap

Door de lockdown werd Mila op zichzelf teruggeworpen. Ze zocht toevlucht in haar vrienden, maar merkte dat er iets miste. Dit deed haar nadenken over de betekenis van vriendschap.

“De lockdown viel samen met het laatste jaar van mijn bachelor en mijn scriptie. Ik had geen tijd voor leuke uitstapjes en mijn bijbaantje was stopgezet. Teruggeworpen op mezelf begon ik me eenzaam te voelen en mijn wereld werd kleiner. Mijn ouders vertelde ik telefonisch over de stress, mijn gevoel opgesloten te zitten en mijn uitstellen als gevolg daarvan. "Je studie is belangrijk. Je moet je deadlines wel halen," zei mijn moeder. Gefrustreerd hing ik op. Ik appte met vrienden, maar het luchtte niet op.
Als je het gevoel hebt er even helemaal alleen voor te staan, moet je reflecteren op je keuzes en zelfontwikkeling. Het geeft je de gelegenheid om na te denken over jezelf en in mijn geval over mijn vriendschappen. Ik realiseerde me dat ik de wensen en belangen van vrienden voorrang gaf; met weinig oog voor mijn eigen behoeften. Ik vroeg me af: kan ik nieuwe vrienden maken zonder mezelf te verliezen in de ander?” 

De geliefde zus

“Ik kom uit een familie met drie kinderen; mijn zusje, tweelingzus en ik. Toen we jong waren, deden mijn tweelingzus Loes en ik veel samen. We voelden elkaar goed aan, omdat je zoveel bij elkaar op de lip zit. Loes was energiek en sterk. Ze moest bewegen voor ze tot rust kon komen. Ze had last van driftbuien en maakte mijn ouders er gek mee. Mijn vader zette haar zelfs een keer onder de koude douche om haar stil te krijgen. Dat ging vooral uit onmacht dan vanuit slechte bedoelingen, maar was voor mijn zus erg naar. Mijn vader ontdekte later dat hij beter met Loes kon gaan sporten, dan haar te straffen. Ik was vaak op mezelf en eiste minder aandacht op. Of ik inderdaad liever op mezelf was, of dat ik aanvoelde dat mijn ouders hun handen al vol hadden aan mijn zus, weet ik niet.
Op een gegeven moment leerde ik dat ik niet alleen een 'wij' was, maar ook een 'ik'. Ik zag voor het eerst dat mijn zus meer aandacht kreeg dan ik. Zelfs op verjaardagen bij familie merkte ik dat. Als mijn ouders ons aan iemand voorstelden, dan vroeg diegene meestal: “Wie is de sporter?” Ze was constant in de schijnwerpers, terwijl ik ernaast stond. Aan het einde van het gesprek zei die persoon dan “En hoe is het met Mila?”. Tegen die tijd had ik geen zin meer om te praten.”

“Bij ons thuis was er nauwelijks ruimte om uit te zoeken wie ik was. Familieleden zagen mij als kalm, nerveus en onhandig. Loes was de verlegen, lieve, ietwat mysterieuze en sportieve zus. Ik had het idee dat ik in een mal gepropt werd, en mijn zus had niet door dat mensen haar ten koste van mij op een voetstuk plaatsten. Wat ook meespeelde was dat mijn ouders vrij controlerend waren. Ik mocht niet laat thuiskomen of de kleding dragen die ik leuk vond. Toen ik mijn vader een keer muziek liet horen die ik mooi vond zei hij: “Je denkt zeker dat je speciaal bent, omdat je dat luistert”. Alles bij elkaar kreeg ik zo de neiging om me af te sluiten van mensen. Als klein kind ging ik in m’n eentje aan een tafeltje zitten spelen, later sloot ik mezelf op in mijn kamer.”

Ongelijke vriendschap

Afgelopen half jaar zocht ik een oude vriend op, waarvan ik dacht dat die zich wel in mijn situatie kon verplaatsen. Hamza en ik zaten op dezelfde opleiding en hebben dezelfde interesses, we konden altijd met elkaar lachen. Onze vriendschap verwaterde toen hij naar een andere opleiding ging en drammerig zijn avances maakte, waar ik niet in mee ging. Tijdens onze ontmoeting voelde het echter alsof hij mij strafte voor de eerdere afwijzing. Hij kwam te laat, bood zijn excuses niet aan, en groette eerst een paar voor hem bekende verderop. Tijdens ons gesprek stortte hij al zijn frustraties over me uit; over zijn opleiding, zijn ex en familie. Ik ben niet over mezelf begonnen, omdat ik merkte dat hij daar geen ruimte voor had. Op de terugweg naar huis kreeg ik opeens een somber gevoel; ik vond het triest om Hamza zo te zien. Tegelijk bedacht ik me dat ik niet meer de energie had om nog te investeren in relaties waarin ik zo mijn best moet doen om me gehoord te voelen.”

“Na de afspraak met Hamza ben ik bewust naar mijn gevoel gaan luisteren. Online las ik teksten over zelfcompassie, en als ik vrienden zag noteerde ik achteraf in een schriftje hoe ik het vond en wat ik voelde. Daarna schreef ik op hoe ik die gevoelens in het contact had kunnen uiten en hoe de afspraak dan anders was geweest. Ik ging in groepstherapie en ervaarde hoe het is om vrijuit over jezelf te kunnen praten als anderen naar je luisteren. Normaal gesproken zou ik helemaal opgaan in de gevoelens van Hamza of een andere vriend, waardoor ik mezelf zou verliezen. Op die manier hoefde ik mijn eigen onzekerheden en pijn niet te voelen. Nu zou ik nooit een relatie aangaan met iemand die met mijn gevoelens speelt, of die niet luistert.” 

Liefhebben is een taal

“Het is nu belangrijk voor me dat ik ongeveer net zoveel terugkrijg als ik geef. In vroegere relaties, overheerste het gevoel dat ik alleen was, omdat de band met mijn familie slecht was. Van daaruit voelde ik me onzeker en had ik het idee dat niemand echt op me zat te wachten. Als iemand me aandacht gaf, voelde ik me eindelijk gezien en deed ik mijn best om het contact vast te houden. Dat vastklampen doe ik nu niet, ik geef liever aan wat ik fijn vind in een relatie en wat niet. In ieder geval weet ik me nu ook staande te houden op momenten dat ik me niet van mijn beste kant laat zien. Dat ik niet aan verwachtingen voldoe, betekent niet dat mensen kunnen doen alsof ik er niet ben of dat mensen geen rekening met mijn gevoelens hoeven te houden.”

“In persoonlijke relaties probeer ik verwachtingen van mezelf los te laten, en te vragen wat iemand van mij wil en spreek ik uit waar ik behoefte aan heb. Ik denk dat je in een gezonde relatie elkaars 'liefdestaal' moet leren kennen. Dat jíj van de ander houdt, betekent niet dat de ander zich geliefd voelt of dat je niet iets doet wat de ander per ongeluk kwetst. Daarom is het belangrijk naar de ander te luisteren, te vragen wat diegene nodig heeft. Niet iedereen heeft dezelfde behoeften in eenzelfde situatie, dus je kunt er niet zomaar vanuit gaan dat je wel weet wat goed is voor iemand anders. En als iemand iets niet kan geven, dan stel je een grens. Zo blijf je eerlijk tegenover elkaar over wat de relatie wel en niet is. Als ik mijn jongere zelf kon ontmoeten met de kennis van nu, dan zou ik haar vragen om na te denken over hoe ze behandeld wil worden en hoe ze wil omgaan met anderen.”  

tags: 

Lees de interviews: