‘Ik ben net zo belangrijk’

David (33) heeft zijn hele leven lang iets voor anderen willen betekenen. Echter, vaak ging dit ten koste van zichzelf, omdat hij dan zijn eigen behoeftes veronachtzaamde. Door deze problematiek uiteindelijk te erkennen en hulp hiervoor te zoeken, heeft hij grote stappen gemaakt naar herstel.

‘Mijn kinderjaren waren redelijk normaal. Ik had een goede relatie met mijn ouders en met mijn broertje. Ook bij de basisschool ging het prima. Wel voelde ik me een buitenbeentje en had ik wat je “autistische trekjes” zou kunnen noemen. Ik was erg op mezelf, en op sociaal gebied was ik wat awkward. Ik vermeed het gesprek hierover met mijn ouders, waardoor ze dat niet echt aan mij konden merken.

Op de middelbare school begon het fout te lopen. Ik ging naar het gymnasium, en ik hoefde vrijwel niets te doen om mijn vakken te halen. Tot het vijfde jaar VWO, toen ik wel degelijk boeken open moest doen en me écht inspannen. Dat lukte me niet; ik kon simpelweg de gedachte niet loslaten dat het stoer was om hoge cijfers te krijgen zonder ervoor moeite te doen. Bovendien geloofde ik dat het hoe dan ook allemaal vanzelf goed zou komen. Ik ben blijven zitten, twee keer zelfs. Uiteindelijk switchte ik naar de HAVO, wat na 5 jaar VWO weer simpel genoeg was om er niets voor te hoeven doen. 

Het wrange is dat ik slechts twee honderdste punten tekort kwam bij mijn VWO-cijferlijst. Waarschijnlijk had ik met de schoolleiding kunnen praten over een manier om mijn VWO-diploma alsnog te halen. Maar ik had moeite met het accepteren van de regels, en ik kon ook de motivatie niet opbrengen om de situatie op te lossen. Vandaar dat ik geen hulp heb gezocht. Ik had het gevoel dat ik niks voorstelde, misschien omdat ik mezelf zag als een buitenbeentje. Mijn eigen behoeftes negeerde ik. Daarnaast wilde ik anderen niet lastigvallen met mijn problemen; naar mijn optiek waren deze problemen erg klein in vergelijking met die van anderen. Deze neiging om mezelf te verwaarlozen en weg te cijferen, omdat ik andere mensen belangrijker dan mezelf vond, werd een rode draad in mijn leven.

Innerlijke tweestrijd

Na de middelbare school ben ik een HBO-opleiding gaan volgen. Lange tijd was ik op zoek naar een studie die bij me paste. Ik heb bedrijfswiskunde, logistiek en elektrotechniek achtereenvolgens gestudeerd voordat ik mijn plek vond bij de informatica. Ik voelde een band met de andere “nerds” in de informaticaopleiding, en er ontstonden zelfs vriendschappen. 

Verder deed ik mee aan rugby. Ik ben altijd sportief geweest en wilde ervoor zorgen dat ik nog genoeg lichaamsbeweging kreeg. Hoewel de klik tussen mij en de rugby-alphamannetjes minder was dan die tussen mij en de informatica-nerds, was dit niet zo’n punt.

Tijdens mijn studie merkte ik wel dat zelfmotivatie weer een issue voor mij was, ook weer bij rugby. Ik speelde op redelijk hoog niveau, maar fysiek was ik niet sterk genoeg. Ik had spiertraining nodig om mijn spel te verbeteren. Desondanks kon ik me er niet toe bewegen om naar de gym te gaan. 

Die motivatie was er wel, als ik mij verantwoordelijk voelde voor andere studenten. Iets voor een ander betekenen geeft me namelijk altijd grote voldoening. Bij ieder informaticavak met een groepsproject bijvoorbeeld spande ik me daar altijd voor 100% in. We kregen hogehoog cijfers voor deze projecten. 

Alleen, ik ging vaak te ver met dit verantwoordelijkheidsgevoel door mezelf weg te cijferen. Zo begon ik altijd pas op het allerlaatste moment aan mijn individuele opdrachten bij de groepsprojecten waar ik het net over had. Bij één groepsproject heb ik – omdat ik zo druk bezig was met het project – zelfs de eerste deadline voor mijn individuele opdracht niet gehaald, terwijl de rest van het team dat wél deed. En na mijn whiplash blessure maakte ik mijn individuele opdrachten hélemaal niet meer af. Die innerlijke tweestrijd van mij tussen het nuttig willen zijn voor anderen en het vervullen van mijn eigen behoeftes was hier dus weer eens opgedoken en nogmaals in het voordeel van de anderen beslecht.

Uit de neerwaartse spiraal

Deze psychologische obstakels ten spijt was ik mooi op weg naar afstuderen. Totdat ik, in 2013, RSI kreeg door een whiplash blessure tijdens het rugbyen. Mijn stage liep vast, en ik kon geen papers meer schrijven. Zo kwam mijn opleiding min of meer tot stilstand.

Ik dacht dat ik deze blokkade in mijn eentje kon opheffen, zonder ondersteuning van buitenaf – bijvoorbeeld door hulp van de decaan of vrienden – in te roepen. Zelf had ik een plan gemaakt om hoe dan ook mijn HBO-bachelor te halen. Ondanks mijn RSI was ik ervan overtuigd dat ik dit doel kon bereiken. Maar jarenlang gebeurde er niks, en mijn studiefinanciering raakte op. Op die manier belandde ik in een neerwaartse spiraal. Dat mijn studievrienden ondertussen wél waren afgestudeerd deed extra pijn. Op dat moment kon ik dat niet aan, en ik liet de band met hen verwateren.

Op een gegeven moment moest ik toegeven dat de situatie niet zou veranderen en dat ik externe hulp nodig had. Ik vertelde mijn huisarts dat ik me depressief voelde en dat ik misschien ook nog autistisch was. Maar volgens de specialist naar wie de huisarts mij doorverwees was er niks aan de hand met mij. Toen ging er nóg een jaar verloren voor mij, zonder enige verbetering in mijn mentale gesteldheid.

In 2017 ben ik toch alsnog gediagnosticeerd met depressie. Een jaar later werd mijn vermoeden van autisme eveneens bevestigd. Ik kreeg daarna allerlei support. Bij Voorzet, een organisatie voor mensen met een autismespectrumstoornis, werd ik begeleid in het omgaan met autisme. Een jobcoach kwam ook aan bod. Daarnaast startte ik met therapie voor de depressie. Hoewel ik het nog steeds vreselijk vond om anderen “lastig te vallen” met mijn problemen, kon ik al deze steun nu accepteren door te beredeneren dat dit voor deze hulpverleners gewoon hun werk was.

Tot inzichten komen

Dankzij de externe hulp die ik heb ontvangen en de zelfreflectie die ik heb beoefend, ben ik tot verschillende inzichten gekomen. Ten eerste heb ik geleerd dat ik mezelf niet moet wegcijferen en dat ik niet moet aarzelen om ondersteuning te vragen als dat nodig is. Oplossingen komen lang niet altijd vanzelf, heb ik inmiddels door. Hoewel het fijn is om iets voor een ander te betekenen, ben ik net zo belangrijk als die ander en hoef ik me niet schuldig te voelen als ik een beroep op iemand doe. 

Daarbij zie ik nu dat druk van buitenaf onmisbaar voor mij is om dingen voor elkaar te krijgen. Hoezeer ik het anders zou willen, kan ik – althans op dit moment – helaas niet voldoende motivatie opbrengen om in actie te komen. Maar omdat ik net zo belangrijk ben als de ander, moet ik hulp durven vragen van de mensen om me heen, en niet alleen van de “professionals” die worden betaald om zulke hulp te leveren. Twee jaar geleden heb ik bijvoorbeeld de banden weer aangehaald met mijn vrienden uit de informaticastudie en heb ik hen verteld hoe het écht met mij zat.

Sociaal contact is niet alleen cruciaal om mezelf te motiveren, maar ook om structuur in mijn leven te creëren, realiseer ik me nu. Dat werd mij vooral de laatste tijd duidelijk, tijdens corona. In het begin van de pandemie waren mijn contacten met Voorzet, mijn jobcoach en mijn therapeuten vrijwel helemaal opgedroogd, vanwege social distancing. Maandenlang ben ik zelfs niet naar buiten gegaan. Mijn psychische toestand leed er flink onder; mijn agenda stond leeg, en daarmee was het moeilijk om ’s ochtends een reden te verzinnen om uit mijn bed te stappen. Sinds de versoepeling van de coronamaatregelen heb ik mijn oude contacten gelukkig langzamerhand kunnen hervatten en heb ik vrijwilligerswerk bij Ervaringswijzer gevonden, waardoor ik tegenwoordig stukken beter in mijn vel zit.

Ik heb ondertussen door dat ik in de weerstand schiet als het gaat om actie ondernemen. Ik ga me nu gewoon over die weerstand heen zetten. Als er nuttige of waardevolle activiteiten op mijn pad komen, probeer ik “ja” te zeggen, ook als alles in me “nee” schreeuwt. Een heel simpel voorbeeld: ondanks een irrationele angst voor het onbekende nieuwe winkelen met coronamaatregelen, ging ik onlangs voor het eerst in maanden weer naar de supermarkt, omdat er geen eten meer in huis was. Ik wist dat het geen leuke ervaring zou zijn, maar ik heb mezelf gepusht om dit toch te doen. Achteraf voelde het als een prestatie.

Toekomstperspectief

Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat de toekomst voor mij in petto heeft. Wel moet ik erkennen dat ik daar niet bepaald optimistisch over ben. Ik heb mijn studie niet af kunnen maken, en ik heb geen studiefinanciering meer. Vanwege de fysieke belemmeringen waarmee ik nog kamp door de whiplash, in combinatie met het ontbreken van een diploma, weet ik niet wat voor werk ik zou kunnen doen. Ook woon ik nog steeds bij mijn ouders, wat geen houdbare situatie is, omdat er constant ruzie is tussen ons. Maar ik kom niet snel in aanmerking voor een eigen woning.

Een lichtpunt is echter dat ik nu weet waarvoor ik moet oppassen, namelijk het wegcijferen van mijzelf en mijn neiging om geen hulp te zoeken. Ik ben zowaar de expert geworden op het gebied van mijzelf, en ik begrijp mijn eigen problematiek beter. Ik moet de belangrijkste voor mijzelf zijn, al is dat besef nog een beetje eng voor mij.

Je kunt zeggen dat ik al grote, concrete stappen heb gemaakt naar herstel. Ik ben veel actiever geworden, en mijn herstelproces loopt door, via Voorzet, jobcoaching, therapie, Ervaringswijzer enzovoort. Op deze stappen vooruit mag ik trots zijn. 

Nu even afwachten waar het allemaal naartoe leidt.’

tags: 

Lees de interviews: