Het topic deze week van Ervaringswijzer was ‘Tussen doen en laten’. Wanneer neem je het heft in handen, en wanneer geef je een situatie de ruimte? We onderzochten dit aan de hand van alledaagse ervaringen. Daarbij bleek dat zowel ingrijpen als afwachten kan helpen, maar ook kan vastlopen.
Goede bedoelingen en onverwachte gevolgen
Het gesprek begon met een vuilniszak. Je eigen stinkende vuilnis buitenzetten is een duidelijke aanleiding om in actie te komen. Maar wat als je ook de zak van je buurman meeneemt? Die bleek te lekken door de gang, waarna een andere buurman boos vroeg om de vloer te dweilen. Een behulpzame ingreep kan onverwacht extra werk en onrust veroorzaken.
Een deelnemer vertelde: ‘Ik bracht een tijd een dronken kennis uit het café naar huis. Maar zijn gedrag veranderde niet.’ Je kunt iemand op een bepaald moment helpen, terwijl het patroon waar je je zorgen over maakt blijft bestaan. Wat bereik je met je hulp, en wat kun je eigenlijk beïnvloeden?
Beide kanten hebben een valkuil
We verkenden de kracht en de valkuil van doen en laten. Door iets te doen neem je verantwoordelijkheid en verander je wat veranderbaar is. Maar als je blijft trekken of controleren, kun je uitgeput raken. Je blijft denken dat nóg meer inzet het verschil zal maken.
Laten kan rust geven. Je geeft jezelf, de ander of een situatie tijd. Maar laten kan ook uitstel worden. Zoals iemand opmerkte: je kunt een klus overslaan, maar die blijft aan je trekken. De vuile vaat staat er nog steeds.
Ook bij piekeren kwamen beide kanten naar voren. Blijven proberen iets in je hoofd op te lossen kan het piekeren versterken. Een concrete stap kan juist helpen: ‘Iets doen is een goed antigif tegen piekeren.’
Wat vraagt een vriendschap van je
Een deelnemer vertelde over een contact met een vriendin dat niet soepel liep. De vraag werd: wil ik hiermee verder, en krijg ik er nog energie van? Anderen wezen erop dat er ook in een moeilijk contact leuke dingen kunnen zijn. Tegelijk mag je onderzoeken of het contact in balans is, of dat jij vooral degene bent die geeft.
‘Je hoeft niet iets te bakken van iets dat er niet is.’
Daarmee kwam ook de vraag naar timing op tafel. Moet je iets tijd geven, of wordt het juist lastiger als je langer wacht? ‘Niet alles hoeft gelijk opgelost te worden. Je kan maar één ding tegelijkertijd doen.’ Een deelnemer maakte een belangrijk onderscheid: bewust besluiten iets te parkeren is iets anders dan besluiteloos blijven over wat je dwarszit.
Zijn en worden
Een passage uit de Tao bracht het idee van handelen zonder forceren in het gesprek. We interpreteerden dit als aandacht hebben voor wat een situatie mogelijk maakt, handelen waar dat past en de uitkomst niet volledig proberen te beheersen.
Een deelnemer maakte onderscheid tussen ‘worden’ en ‘zijn’. Worden is van A naar B gaan: daar kun je aan werken. Liefde en vriendschap hoorden voor deze deelnemer vooral bij ‘zijn’. Dat moet geen werktaak worden.
‘Vanuit dat inzicht heb ik een paar vriendschappen laten gaan, maar daardoor heb ik meer zin en tijd voor de vriendschappen die voor mij natuurlijk voelen.’
Anderen brachten nuance aan: ook aan een vriendschap werk je. Luisteren en elkaar leren begrijpen kunnen inzet vragen. Het gesprek liet zo verschillende ervaringen naast elkaar bestaan: ruimte geven aan een natuurlijke klik én moeite doen om elkaar te begrijpen.
Naast iemand staan
Bij helpen kwam de grens tussen steun en overnemen naar voren. Verschillende deelnemers benadrukten dat de ander uiteindelijk zelf keuzes moet maken. Een deelnemer wees op het verschil tussen problemen voor iemand oplossen en naast iemand gaan staan. Vragen stellen kan iemand helpen om tot eigen inzichten te komen.
Daarbij telt je eigen energie ook mee: ‘Ik let nu meer op mijn eigen batterij, je bent er zelf ook nog.’
Een ander vertelde vaak ongevraagd advies te krijgen. Dat kwam uit bezorgdheid, maar was niet altijd gewenst. De reactie was: ‘Dit hoeft niet. Bedankt.’ Goedbedoelde hulp sluit dus niet vanzelf aan bij wat iemand nodig heeft.
Als de druk afneemt
Ook jezelf kun je te hard duwen. Een deelnemer vertelde dat het pushen om na een moeilijke periode alweer ‘de oude’ te zijn tot overbelasting had geleid. Minder druk kon juist weer beweging mogelijk maken.
‘Als de druk van de ketel af is, zie je meer mogelijkheden.’
We bespraken hierbij het voorbeeld van wakker liggen rondom de ‘wet van de omgekeerde inspanning’ van de filosoof Alan Watts. Hoe harder je probeert te slapen, hoe wakkerder je soms wordt. Je kunt rust mogelijk maken, maar slaap moeilijk afdwingen. Dit geldt ook voor andere terreinen van het leven; hoe harder je probeert, des te minder iets soms lukt.
Iets laten rusten hoeft daarbij geen opgeven te zijn. Deelnemers noemden een boek even wegleggen en een gesprek met een partner onderbreken, zodat beiden kunnen bijkomen. Daar stond een kanttekening tegenover: een gesprek willen uitpraten terwijl de ander er nog niet aan toe is, werkt niet altijd — maar sommigen zijn er misschien nooit aan toe. Dan blijft de vraag wat jij zelf wilt doen.
Ruimte geven en opnieuw handelen
Tot slot bespraken we de dwang om te controleren. Loslaten betekent daarbij niet dat je niets meer doet. Het kan betekenen dat je de druk vermindert om alles te moeten bepalen.
Onze conclusie ging over het bewegen tussen beide kanten. Van doen naar laten: ‘Ik heb gezegd wat voor mij belangrijk is. Nu geef ik de ander tijd om te reageren.’ En van laten naar doen: ‘Ik heb het een tijd aangekeken. Nu merk ik dat er zonder gesprek niets verandert.’
De vraag blijft telkens: wat vraagt deze situatie nu van mij — een stap zetten, of ruimte geven?