Mag het ook genoeg zijn?

Ambitie kan je in beweging brengen, maar ook het gevoel geven dat je nooit klaar bent. Tevredenheid brengt rust, maar kan soms verhullen dat je iets mist. Hoe kun je blij zijn met wat er is én ruimte houden voor wat je nog wilt?

Bij Ervaringswijzer onderzochten we deze spanning aan de hand van persoonlijke ervaringen. Twee vragen stonden centraal: wanneer wil je iets uit levenslust, en wanneer moet je iets om goed genoeg te zijn? En wanneer betekent ‘het is genoeg’ rust, terwijl het op andere momenten betekent dat je jezelf iets ontzegt?

Iets bereiken en ervan genieten

Een deelnemer benoemde meteen de spanning:

“Als je heel druk bent, heb je soms geen tijd om te genieten van wat je gedaan hebt. Doe je niks, dan kun je niet genieten, want dan heb je niks bereikt.”

Maar wat gebeurt er als je hard werkt en toch vastloopt? Een deelnemer vertelde hoe frustrerend het is als je iets wilt afmaken, maar het niet lukt. Een ander bracht de innerlijke criticus ter sprake: waar komt dat ‘moeten’ vandaan?

Daarop volgde een reactie over hoe groot mislukken kan voelen. Als je als kind sterk afhankelijk was van de tevredenheid van je ouders, kan iets niet goed doen later nog steeds voelen alsof alles op het spel staat. Deze deelnemer stelde daar tegenover:

“Je moet beseffen dat als het niet lukt, het niet het einde van de wereld is. Dan weet je in ieder geval dat het niet werkt.”

Uitdaging zoeken of juist niets hoeven

Ambitie geeft ontwikkeling, maar hoeveel uitdaging iemand nodig heeft, verschilt. Een deelnemer had de hele takenlijst afgewerkt en wist vervolgens niet wat te doen:

“Ik word niet gelukkig van geen uitdaging hebben. Gamen was ik na een uurtje zat.”

Een ander herkende juist het omgekeerde. Er waren zoveel interesses en mogelijkheden dat kiezen moeilijk werd:

“Ik heb te veel dingen die ik wil. Juist daardoor kan ik verlamd raken.”

Daarop reageerde iemand die uren tevreden in de tuin kan zitten zonder iets te doen. Dat riep de vraag op of tijdverdrijf genoeg mag zijn. Voor sommigen is de behoefte om iets nuttigs te doen sterk aanwezig. Een ander ervoer vooral de druk van buitenaf:

“Zelf vind ik niet dat ik iets nuttigs moet doen. Ik heb die nutteloze tijd nodig voor herstel. Voor de buitenwereld is dat nutteloos.”

Deze deelnemer vertelde dat alleen al het verwerken van het gesprek de hele middag zou kosten. Gedachten en mogelijke antwoorden komen soms later. Wanneer die gedachten negatief worden, kan het verwerken overgaan in malen. Een ander reageerde:

“Mij helpt het dan om iets te doen.”

Rust en activiteit bleken daarmee verschillende functies te hebben: wat de één helpt herstellen, helpt de ander juist om uit het denken te komen.

Van wie is de ambitie?

“Ambities die niet van jezelf zijn, geven geen tevredenheid,” stelde een deelnemer. Diegene had kantoorwerk gedaan voor het inkomen, zonder zich met het werk verbonden te voelen. Het arbeidsethos was sterk, maar hogerop komen werd vooral door anderen aangemoedigd:

“Ik had mezelf daarmee opgebrand. Ik voelde niet de mogelijkheid om te kiezen wat ik leuk vond.”

Het werk bestond onder meer uit klachten afhandelen. De deelnemer zag wat er beter kon, maar had weinig invloed om iets te veranderen. Wel verantwoordelijkheid voelen, maar weinig kunnen veranderen, maakte het werk zwaar.

Een ander vertelde twee opleidingen te hebben afgerond. De eerste was eigenlijk al voldoende, maar er moest nog meer bewijs komen van de eigen waarde:

“Uiteindelijk hielp dat niet en moest ik innerlijk werken aan het idee dat ik goed genoeg was.”

Daartegenover stond ambitie die voortkomt uit belangstelling. Een deelnemer wilde werk vinden dat paste bij het eigen denkniveau en plezier beleven aan technische oplossingen:

“De vraag is: waar heb je liefde voor? Voor mij zijn dat technische dingen en daarin slimme oplossingen vinden. Daarvan kan ik opbloeien.”

Ook werd ambitie vergeleken met spelen: een kind bouwt een zandkasteel en wil het vervolgens trots laten zien. Iets maken en delen kan op zichzelf voldoening geven.

Geld kreeg eveneens een plaats in het gesprek. Een deelnemer merkte op dat geld misschien niet gelukkig maakt, maar wel veel problemen kan wegnemen. Ambitie kan dus ook gericht zijn op meer zekerheid en minder dagelijkse zorgen.

Moet je eerst klaar zijn om tevreden te worden?

Voor een deelnemer kwam tevredenheid vooral achteraf: als iets af is, kun je gaan zitten en ernaar kijken. Een ander wilde juist leren genieten van het proces. Daarover ontstond verschil van inzicht:

“Tevredenheid is voor mij een afgerond geheel.”

Een ander vond tevreden zijn tijdens het proces te vaag en miste daarin richting. Daartegenover stond de reactie:

“Het is gek om altijd onderweg te zijn en nooit aan te komen.”

Een deelnemer vertelde wel doelen te hebben, maar onderweg ook andere waardevolle dingen te ontdekken. Daardoor werd het oorspronkelijke doel minder allesbepalend.

Bij taken die nooit helemaal afkomen, zoals het huis schoonhouden, hielp het om kleinere gehelen te maken:

“Deze dag heb ik de keuken gedaan. Volgende keer is de slaapkamer aan de beurt. Dan heb ik toch een ‘af’-gevoel.”

Goed genoeg zijn zonder steeds meer bewijs

Een deelnemer vertelde pas tevreden te kunnen zijn in een situatie als er ook tevredenheid over zichzelf was. Lang had deze persoon geprobeerd zich naar anderen te schikken en zich geschaamd wanneer het eigen gedrag niet aan de wensen van de ouders voldeed. Dat meer loslaten gaf rust:

“Ik kon mezelf meer waarderen, ondanks mijn tekortkomingen.”

Maar jezelf laten zien brengt ook onzekerheid mee: als je je werkelijk toont, kun je worden afgekeurd.

Een andere deelnemer vertelde zichzelf ondanks diploma’s steeds te hebben onderschat. Pas toen anderen deze persoon herhaaldelijk als ingenieur introduceerden, begon dat door te dringen: die kwalificatie was er werkelijk.

Daarop sloot een andere ervaring aan:

“Ik probeer mezelf steeds meer in te prenten dat ik al oké ben. Dan valt de druk weg en presteer ik juist meer.”

Tevredenheid kon hier de ruimte scheppen om iets te doen. Tegelijk vertelden deelnemers hoe snel ontmoediging kan toeslaan. Wanneer steeds wordt benadrukt wat niet lukt, verdwijnt de zin om verder te gaan. Een deelnemer benoemde daarom het belang van doseren:

“Op tijd stoppen, ook al heb je nog energie.”

Tevredenheid of een weggedrukt verlangen?

Ook tevredenheid werd kritisch onderzocht. Een deelnemer vertelde door seksueel misbruik moeite te hebben gehad met intieme contacten. Jarenlang was dat verlangen weggedrukt met een spirituele verklaring:

“Ik hield mezelf voor: ik hoef geen vriendin, want ik ben spiritueel.”

Later kwam deze ervaring opnieuw ter sprake. Een ander reageerde de moed te hebben opgegeven om iemand te vinden met wie het klikt. Zo ontstond de vraag of geen relatie willen altijd tevredenheid is, of soms bescherming tegen angst en teleurstelling.

Een deelnemer had juist een ambitie op sociaal gebied: meer mensen leren kennen. Daarbij speelden onzekerheid en de neiging zich te conformeren een grote rol:

“Heb ik nu wel het goede gezegd? Maar als ik het loslaat om het goed te doen, kan verbinding ontstaan.”

Tevredenheid betekende hier ruimte geven aan jezelf, inclusief de mogelijkheid om fouten te maken.

Herstel vraagt ook inspanning

Een deelnemer vertelde opgelegde ambities te hebben losgelaten. Altijd proberen te passen had veel energie gekost. Nu ontstond langzaam ruimte om weer dingen uit te proberen:

“Ik mag meer genieten. Ik was altijd zo moe van het werk dat daar geen ruimte voor was.”

Suggesties van anderen over nieuwe hobby’s konden opnieuw als werk voelen. Deze deelnemer wilde zich niet steeds hoeven verantwoorden:

“Gewoon zijn is zinvol.”

Anderen benoemden tevredenheid over hun herstel uit de psychiatrie. Eén deelnemer betreurde hoe lang het had geduurd om de eigen ervaringen te begrijpen. Een ander waardeerde vooral de kennis en het inzicht die tijdens het herstel waren ontstaan.

Een deelnemer had zich intensief verdiept in de werking van de eigen psyche en voelde zich daardoor sterker geworden. Daarop kwam een reactie die beide kanten liet bestaan:

“Of je beter uit psychische kwetsbaarheid komt, weet ik niet. Ik hoorde eerst geen stemmen. Maar door wat je hebt meegemaakt, ga je makkelijker de diepte in.”

Deze deelnemer vertelde door een burn-out iets te hebben kunnen loslaten wat al jarenlang werd gevoeld.

Een ander reageerde dat stemmen met de eigen fouten aan de haal waren gegaan. Inmiddels voelde deze persoon zich minder gemakkelijk uit evenwicht gebracht:

“Omdat mijn psychoses zo eng waren, is het dagelijks leven voor mij nu lichtvoetig. Ik kan het allemaal wel aan.”

Nog een deelnemer vertelde tijdens psychoses keuzes te hebben gemaakt die later hadden geholpen. Een ander verbond de psychoses met veel moeten verwerken. Het waren persoonlijke manieren om terug te kijken op ingrijpende ervaringen en te herkennen wat daarvan in het huidige leven doorwerkt.

Een eigen maat vinden

Deelnemers vonden verschillende manieren om ambitie en tevredenheid bij elkaar te houden. Voor de één geeft een prestatie kracht voor de volgende stap. Voor de ander is het belangrijk om soms ergens niet naartoe te gaan wanneer het te veel onrust geeft. Ook jezelf erkenning geven voor wat wél lukt, werd genoemd als manier om motivatie te ondersteunen.

De balans bleek geen vaste hoeveelheid doen of rusten. Het gaat ook om herkennen wat je drijft: belangstelling, plezier en verbinding, of angst, bewijsdrang en verwachtingen van anderen. En om onderscheid maken tussen rust die je nodig hebt en verlangens die je uit bescherming wegdrukt.

‘Mag het ook genoeg zijn?’ betekent daarmee zowel ruimte om te stoppen als ruimte om vanuit je eigen wensen verder te gaan.