Je gevoel waarschuwt, verlangt of raakt. Je verstand ordent, weegt af en kijkt vooruit. Hoe geef je allebei een stem zonder dat één de ander overheerst? Hieronder een verslag van het thema deze week:
Muren om je heen: als gevoel er niet mag zijn
Een aantal deelnemers had niet geleerd om hun gevoelens serieus te nemen.
“Mijn ouders hadden zodanige psychische problemen dat ze mij geen veiligheid konden bieden. Ze hadden geen geestelijke stabiliteit en waren workaholics. Daardoor kon ik ook moeilijk bij mijn gevoelens; ik had geen voorbeeld. Ik had muren om me heen.”
Een ander herkende dat.
“Bij ons thuis was het vaak: ‘Stel je niet aan.’ Daardoor ging ik denken dat mijn gevoelens eigenlijk niet echt waren. Later nam ik ook gevoelens van anderen minder serious. Ik reageerde eerder op aannames over gevoelens dan op wat iemand werkelijk voelde.”
Ook het moeten voldoen aan verwachtingen kwam meerdere keren terug.
“Ik moest de schone schijn ophouden. Me netjes gedragen. Als ik uit mijn rol viel zwaaide er wat. Wat ik echt voelde mocht er niet zijn. Dan ging ik ander gedrag vertonen, maar dat lukte nooit.”
Toch bleek dat herstel mogelijk is.
“Ik had in mijn puberteit een periode van: nu krijg je hem terug. Door hulpverlening ben ik daar overheen gegroeid. Nu reageer ik eerder met een knuffel als mijn moeder het moeilijk heeft.”
Wat is een gevoel eigenlijk?
Vanuit die ervaringen ontstond de vraag: wat zijn gevoelens eigenlijk?
Iemand beschreef gevoelens als een soort biologisch kompas.
“Emotie is een uit balans zijn. Het is als jeuk waardoor je moet krabben. Gevoel is positieve of negatieve feedback die ervoor zorgt dat je binnen een gezonde bandbreedte blijft.”
Volgens hem heeft het verstand daarbij een belangrijke functie.
“Cognitie helpt je jezelf te begrijpen, zodat je binnen de bandbreedte blijft die voor jou gezond is.”
Toch waarschuwden anderen ervoor gevoelens niet te verwarren met feiten.
“Gevoelens vertellen niet altijd de waarheid. Soms zien ze iets dat eigenlijk oude pijn uit het verleden is.”
“Gevoelens stammen nog uit de oertijd. Ze helpen ons overleven, maar ze zijn nog niet gewend aan deze tijd. Daardoor zien ze soms gevaar waar het niet is.”
“Om te overleven vallen negatieve dingen eerder op. Dan moet je dat met je verstand weer middelen.”
De kracht én de grenzen van ons verstand
Het gesprek verschoof vervolgens naar de vraag welke rol het verstand eigenlijk heeft.
“Verstand helpt je om te zien waar een gevoel vandaan komt. Of het klopt.”
“Boven een bepaalde drempel kan je verstand iets doen.”
Maar deelnemers maakten ook duidelijk dat verstand grenzen heeft.
“Ik heb een hormonale depressie gehad. Je weet dat het beter is om een stukje te lopen, maar je krijgt het gewoon niet voor elkaar.”
“Dingen weten en kunnen staan soms heel ver van elkaar af. Ik zat superdepressief zelfhulpfilmpjes te kijken, maar dat hielp helemaal niet.”
Een ander herkende dat ook in minder extreme situaties.
“Ik merk dat als ik me ergens niet goed over voel, bijvoorbeeld over een persoon met wie ik moet samenwerken, dat het gewoon niet zo goed lukt. In het ideale geval moet ik me eerst goed voelen over iets of iemand voordat mijn verstand lekker meewerkt. Als ik in de overlevingsstand zit, lukt me veel minder.”
Kleine stappen zijn belangrijk om uit een moeilijk gevoel te komen.
“Een ritme hebben helpt.”
“Iets doen is vaak het beste. Naar yoga. Of gewoon de afwas.”
“Wat mij helpt is een klein stapje zetten en dan kijken of mijn gevoel verandert.”
Een deelnemer bracht het kernachtig samen.
“It is not in the knowing, it is in the doing.”
De valkuil van te veel rationaliseren
Het gesprek maakte ook duidelijk dat verstand een valkuil kan worden.
“Relativeren werkte voor mij juist negatief. Dan zei ik tegen mezelf: anderen hebben het erger. Zo cijferde ik al mijn gevoelens weg.”
“Je probeert met je verstand dingen te controleren. Dat maakt het overzichtelijk, maar ook saai. Voor mij is verstand grijs en gevoel kleur. Zit ik te veel in het verstand, dan mis ik de blijdschap om kleine dingen.”
Een ander zei:
“Als je met cognitie te veel gaat sturen, ga je emoties bedekken. Stel dat je je partner eigenlijk niet meer kunt uitstaan, maar je blijft jezelf vertellen dat je dat niet mag voelen. Dan ga je jezelf verloochenen.”
Ook intelligentie kan een vlucht worden.
“Heel veel mensen zijn vanuit trauma slim geworden. Maar intelligentie kan het juist complexer maken. Slimme mensen lopen soms de gekste konijnenpaden om maar niet te hoeven voelen.”
Ruimte maken voor de storm
Toch betekende dat niet dat gevoelens altijd gevolgd moeten worden.
“Het is helemaal oké als je even het gevoel hebt iemand in elkaar te willen slaan. Dat betekent nog niet dat je dat moet doen. Voor mij zijn alle gevoelens oké, zolang je er niet direct naar handelt.”
Een ander vulde aan:
“Boosheid is niet goed of slecht. Het is een signaal dat er iets niet klopt. Dat kan iets van nu zijn, maar ook een oud gevoel.”
Soms blijkt onder boosheid zelfs een ander gevoel te liggen.
“Er was een situatie waarin ik boos kon worden, maar ik koos ervoor mijn verdriet te voelen. Want ik weet inmiddels dat onder mijn boosheid vaak verdriet zit. Dan verwerk je eerder oude pijn.”
Een ander vulde aan: “Maar boosheid kan ook helpen om iets aan een situatie te doen.”
Langzaam ontstond een beeld van hoe gevoel en verstand kunnen samenwerken.
“Je oorspronkelijke gevoel komt uit je hart. Daarna gaat je hoofd ermee aan de slag. Maar dat hoofd wordt ook beïnvloed door alles wat je hebt meegemaakt.”
Daarom is nieuwsgierigheid belangrijk.
“Je moet op onderzoek uit.”
“Zelfreflectie helpt mij.”
“Verstand is patronen leren zien in plaats van alleen leven vanuit je eigen werkelijkheid.”
Ook delen met anderen bleek daarbij onmisbaar.
“Delen is heel fijn.”
“Jezelf uiten kan verbinden. Dan voel je je niet meer alleen in wat je voelt.”
Verschillende deelnemers beschreven hoe het juist helpt om gevoelens niet weg te drukken.
“Ik had hele erge angst. Affirmaties als ‘je bent veilig’ maakten het weer rustiger.”
“Ik hoorde ooit: houd je pijn vast als een baby. Dat heeft mij geholpen. Door het lijden echt te ervaren kon ik het loslaten. Het is als een bevalling. Je moet erdoorheen.”
Een ander vatte zijn levensles eenvoudig samen.
“Niet dingen wegduwen, maar uiten.”
Je bent niet je gevoel
Aan het einde kwam het gesprek uit bij de vraag waar je eigenlijk invloed op hebt.
“De cirkel van invloed helpt mij. Ik heb niet altijd invloed op wat er gebeurt, wel op wat ik ermee doe. Daardoor kan ik makkelijker het wereldnieuws loslaten.”
Dat betekende niet dat je alles maar moet accepteren.
“Ik blijf positief, maar ik geef wel mijn grenzen aan.”
Misschien vatte één deelnemer uiteindelijk de belangrijkste les van de middag samen.
“Je moet je eerst realiseren dat het altijd oké is om te voelen. Maar ook beseffen dat je niet je gevoel bént.”